woensdag 16 november 2011
Waarom certificatie zo 'duur' is.
Want wat is namelijk het geval. Het is best simpel. Een certificaat, bijvoorbeeld het 'ISO'-certificaat houdt in dat een deskundige heeft geoordeeld dat een organisatie aan specifieke eisen voldoet. Ofwel, u krijgt een deskundige over de vloer die voor uw gehele klantenbestand - en andere geïnteresseerden, zoals de overheid - controleert of u uw zaakjes op orde hebt. Goed controleren kost tijd. DUS geld. Maar uw klanten kunnen daardoor vertrouwen op het oordeel van deze onafhankelijke deskundige.
Stel dat u geen certificaat heeft. Dat kan. En dat al uw klanten zelf maar eens een kijkje komen nemen in uw fabriek. Zelf uw medewerkers van hun werk houden. Om te komen praten om te achterhalen of zij weten waar ze mee bezig zijn. Zelf in uw dossiers gaan snuffelen om te zien of u wel 'in control' bent. Niet een klant, maar al uw klanten. En niet telkens op dezelfde wijze, maar elke op de eigen manier.
Maakt u zelf de inschatting hoe veel tijd u kwijt zou zijn als u dit voor al uw klanten, - en andere geïnteresseerden - in goede banen moet leiden. U zou een vermogen aan koffie kwijt zijn om iedereen op een gepaste wijze te ontvangen. Laat staan de productietijd die u verliest om iedereen te woord te staan.
Uiteraard is een certificaat niet zaligmakend. Het kan zijn dat uw klanten nog aanvullende eisen stellen. Bovenop de universele eisen uit een norm. Dat is heel gezond. Ook dan is een certificaat nog altijd voordelig, omdat uw klanten dan alleen maar de aanvullende eisen hoeven te controleren. Scheelt nog altijd behoorlijk wat tijd. En dus ook weer kosten.
Afgezet tegen elkaar, kan toch niemand beweren dat certificatie duur is? Het is uw eigen afweging. Wilt u iedere individuele klant overtuigen van uw kunde en kunnen? Of laat u dit liever over aan één onafhankelijk deskundige die dit namens al uw klanten doet?
Wat uw keuze ook is, het is wel zo netjes om even bij uw eigen inkoopafdeling langs te gaan. Want het zou wel een fijn idee zijn als uw organisatie zelf ook bij het inkopen passende eisen stelt. En dus niet zomaar in-het-wilde-weg om certificaten vraagt. En dan vervolgens nog een uitgebreid eigen onderzoek gaat uitvoeren. Het is dus uw taak om uw inkopers uit te leggen wat de betekenis is van al die certificaten. Afgesproken?
maandag 20 september 2010
Column - Er was eens...
Alle columns krijgen - hoe toepasselijk - het label "column".
Er was eens…
Verrassend vaak krijgen we de vraag om, als onderdeel van een certificatietraject, een handboek op te stellen waarin omschreven staat hoe het zou moeten en niet hoe het feitelijk gaat - normeisen even buiten beschouwing gelaten. Met oog op de toekomst, zeg maar. Dat klinkt heel onlogisch - en dat is het ook, maar ik begrijp het wel. Tenminste, ik begrijp de aanvankelijke gedachte wel. De directie heeft een beeld van de ideale situatie, wil de weg van de minste weerstand kiezen, en is ervan overtuigd dat als ze maar gewoon opschrijft hoe de organisatie moet worden ingericht, deze zich hierop automatisch aanpast. Helaas. Althans, ik heb het nog nooit zien gebeuren. Wat er wel gebeurt is dat het personeel de nieuwe werkwijze geenszins serieus neemt. Veel gehoord op de werkvloer; ”Ze doen het zelf toch ook niet (refererend aan de directie en hoger management), waarom zou ik dan wel veranderen?” Hakken gaan met verbazingwekkende snelheid in het zand. Massaal ook. Weerstand wordt een sport. Dat was nu precies niet de bedoeling.
Geen goed idee dus, zo’n handboek dat meer weg heeft van een wensenlijst dan een verzameling hout snijdende werkwijzen. Is het wellicht toch het overwegen waard om niet alleen goed te kijken naar wat u wilt met uw organisatie, maar om ook eens heel goed naar de medewerkers te luisteren? En wat als u die informatie weet te combineren met wat de klant feitelijk van u vraagt? En stel nou dat u de resultaten daarvan eens opschrijft?
Sprookjesboeken schrijven kan immers altijd nog. En oh ja; een handboek is geen dikke stoffige ordner vol ongelezen proza. Toch?
maandag 19 januari 2009
Gemeenten nog steeds laks met aanpak asbest
Ruim twintig gemeenten schieten nog steeds tekort bij de aanpak van het kankerverwekkende asbest, blijkt uit onderzoek van de VROM-Inspectie.Milieuminister Jacqueline Cramer waarschuwt maandag in een brief aan de Tweede Kamer voor verscherpt toezicht als de gemeenten hun leven niet beteren.
Naast Rotterdam gaat het om Renkum, Staphorst, Woudrichem en Moordrecht. Zij bleven ook na aandrang en hulp van de inspectie in (november) 2008 ''duidelijk onder maat'' bij het beperken van de risico's bij de sloop van asbest.
Verwijderd
Asbest moet zorgvuldig door gespecialiseerde bedrijven worden verwijderd uit bouwwerken voordat ze worden gesloopt. Een goede sloopvergunning is essentieel om dat af te dwingen. Daar gaat het bij veel gemeenten mis, aldus de inspectie.
Goed toezicht houden is zonder zo'n vergunning moeilijk. Milieu en gezondheid van mensen lopen daardoor ernstige risico's. Malafide bedrijven weten precies welke gemeenten geen of onvoldoende toezicht houden.
Saneringsregeling
Cramer schrijft verder dat er mogelijk in de regio's Harderwijk en Hof van Twente nog vierhonderd wegen zijn, die niet zijn aangemeld voor een saneringsregeling. De VROM-Inspectie zal de eigenaren benaderen en optreden als echt sprake is van een asbestweg.
De termijn om aan te kloppen bij VROM voor een bijdrage aan de sanering is echter verstreken. Destijds is in de regio's, waar vroeger een asbestfabriek stond, een veelvoud van wegen met Haagse steun opgeruimd.
maandag 5 mei 2008
Is dit de nieuwe SC 540?

Soms hoor je een naam of afkorting en dan schiet er meteen een bepaald beeld door je hoofd. Toen ik een persbericht las over de nieuwe SC 540 dacht ik meteen aan een heel potente nieuwe Mercedes, een SportCabriolet met een 5,4-liter motor en een imposante vormgeving....
Totdat ik wakker geschud werd door de toevoeging “is de opvolger van de BRL
Het doel van deze nieuwe norm is om er voor te zorgen dat de kwaliteit van de asbest-inventarisatie verbetert: dat alle asbest die er is ook daadwerkelijk gevonden wordt, dat er vooraf een goede risicobeoordeling (drie risicoklassen) gemaakt wordt en dat het verwijderingsadvies onafhankelijk en oplossingsgericht is.
De inventarisatiebureaus zullen meer moeten investeren in goede scholing van medewerkers en kwaliteit van de methodieken. Opdrachtgevers zullen bij twijfel direct extra onderzoek moeten laten verrichten, maar dat leidt wel tot minder vertraging bij de verwijdering van het asbest.
Uiteindelijk zal hierdoor het aanwezige asbest zo snel en veilig mogelijk verwijderd worden.
Meer informatie over de SC 540 is te vinden bij SCA, Stichting Certificatie Asbest, en natuurlijk kan Isolease u helpen om uw bedrijf SC 540-rijp te maken.

