vrijdag 10 november 2006

De Sint genormeerd?

Na de geïmporteerde Valentijnsfeestdag heeft ook Halloween zijn intrede gedaan op de Nederlandse kalender. Waar zijn de goede oude Hollandse' feestdagen gebleven. Oh ja, Sinterklaas komt met gezwinde spoed naar de Lage Landen. 5 December is de grote dag. Maar menig consument ontkomt begin oktober al niet aan dit gegeven. De eerste pepernoten en chocoladeletters liggen dan al in de schappen. Zoals het ‘hoort’ wordt elke feestdag als commerciële aangelegenheid gebruikt.

Terug naar Sinterklaas! Voor degene die geen kinderen in de leeftijdscategorie tot 10 jaar heeft -voor het geval het u is ontgaan- de Goedheiligman zet op 18 november a.s. voet op Nederlandse bodem. Middelburg is om 12 uur even het epicentrum van peuter-, kleuter- en kindernederland. Voor wie niet kan wachten; de NPS begint op 15 november al met het Sinterklaasjournaal. De dagelijkse activiteiten van Sint en Piet worden onder een vergrootglas gelegd en uitgezonden op televisie.

Leuk denkt u, maar wat heeft dit nu allemaal te maken met Isolease? Helemaal niks, of toch.? Behalve dan dat een aantal Isoleasers echt fan is van dit oer-Hollandse feest, zijn wij beroepsdeformatisch goed op de hoogte van een arsenaal aan normen. Gaat het nu om bijv ISO 9001, OHSAS 18001, GMP of INK, Isolease weet er wel wat van. En dat geldt ook voor Sinterklaas!

Voor degene die het nog niet wist, de NEN (Het Nederlandse Normalisatie-instituut, kortweg NEN) bracht de Nederlandse ontwerpnorm NEN 0512 (NL) uit, getiteld: Leidraad voor de viering van het Sint Nicolaasfeest. Met als reden:

Vanuit het Ministerie van Aandacht (MvA) en het Ministerie van Traditie (MvT) is medio 2002 de wens geuit om een reeds eeuwen bestaande gebeurtenis op 5 december te normaliseren. Hoewel in de loop der jaren reeds veel is vastgelegd in literatuur bestond er vanuit bovengenoemde Ministeries behoefte, in het kader van het recent ontwikkelde Normen- en Waardenbeleid en mede in het licht van vervagende normen en waarden in de samenleving en het historisch en educatief karakter van de Sint-Nicolaastraditie, om tot een norm te komen betreffende de viering van het Sint-Nicolaasfeest. Binnen de Nederlandse samenleving bestond al lang het besef dat het zo niet langer kon en dat, mede in het kader van onze multiculturele samenleving, Sint-Nicolaas zou worden overvleugeld door de Kerstman.

Geestig is het niet?! Enkele richtlijnen uit dit manifest wilde ik u zeker niet onthouden. Neem ze daarom goed tot u, zodat u kunt controleren of het Sinterklaasfeest volgens de regels wordt gevierd.

Termen en definities
- Sint-Nicolaas: bisschop van Myra uit de landstreek Lycie, zuidelijk van Turkije, vermoedelijk geboren in Patara,overleden 6 december 342. Heilig verklaard en daarom onsterfelijk. Gaat al eeuwen mee. Uniek en daarom is er maar één echte Sint-Nicolaas.
- Sinterklaas: populaire, in de volksmond gebruikelijke aanduiding voor Sint-Nicolaas.
- Grote kindervriend: Sint-Nicolaas, niet te verwarren met kinderlokker of heerser in een dictatoriaal regime; wordt veelal met sarcastische ondertoon uitgesproken.
- Surprise: 1) pakje met suggestie; 2) presentje in vermomming, veelal met opvoedkundige of gedragscorrigerende functie

Richtlijnen Aankomst en Vertrek
Landelijke aankomst: Sint-Nicolaas komt in het land op de eerste zaterdag in november en wordt ingehaald onder begeleiding van radio- en televisiemedia. Sint-Nicolaas komt aan in een, jaarlijks wisselende, havenstad van Nederland, dan wel in een stad die of dorp dat is gelegen aan een bevaarbare rivier met een voldoende diepgang voor de stoomboot van Sint-Nicolaas.

Middelen van vervoer
Aankomst: Sint-Nicolaas komt officieel het Koninkrijk binnen per stoomboot rechtstreeks uit Spanje. Voor de overzeese gebiedsdelen is een aankomst per vliegtuig tevens toegelaten.

Kledingvoorschriften Sinterklaas
- Tabberd: Sint-Nicolaas draagt een witte onderjurk van katoen of zijde, welke max. 100 mm eindigt boven de enkel. Deze jurk is hierna te aan te duiden als tabberd. De tabberd is afgezet met kanten decoraties.
- Schoenen: Sint draagt zwarte schoenen van een laag model. Deze schoenen moeten uitsluitend door Sint-Nicolaas worden gedragen tijdens publieke optredens. Daarbuiten mogen deze schoenen niet worden gedragen.
- Baard: Sint-Nicolaas heeft een baard, wit of roomwit van kleur, die het aangezicht bedekt en een lengte heeft tussen 350 mm en 500 mm, te meten vanaf de bovenlip. Deze baard is voldoende permanent aan Sint-Nicolaas verbonden. Eventuele elastieken en andere hulpmiddelen om deze permanentie te garanderen moeten ruimschoots voor 5 december aan een breuk- en duurzaamheidsproef worden onderworpen. De baard moet vooraf netjes zijn gekamd en moet bij voorkeur van echt haar zijn vervaardigd. Een baard van ander materiaal is toegelaten mits Sint-Nicolaas hiermee een waardig uiterlijk behoudt. Te allen tijde moet worden vermeden dat Sint-Nicolaas eruit ziet of hij zojuist uit diepe slaap is gewekt dan wel recent met zijn vingers in een wandcontactdoos heeft gezeten.
- Bril: Aangezien Sint-Nicolaas oud is en het lezen hem mogelijk moeilijk valt is een bril met een bescheiden karakter toegelaten. Type “ziekenfonds” heeft de voorkeur. Brillen van het type “Jacques d’ Ancona” zijn niet toegelaten.

Kledingvoorschriften Pieten
- Kleurstelling: Zwarte Pieten zijn diepzwart en egaal van kleurstelling. Sint-Nicolaas laat zich uitsluitend omringen met Pieten die op geen enkele wijze het risico lopen verschil in tint te vertonen. Elke Piet moet zorgvuldig zijn gekleed en voldoende zijn gebruind om verschil in kleurintensiteit – op welke plaats dan ook – te voorkomen.
- Schoenen: Zwarte Piet draagt bij voorkeur zwarte schoenen. Eventueel zijn ook sportschoenen toegelaten, mits het merk niet te prominent zichtbaar is, teneinde commercialisering van het Sint-Nicolaasfeest te voorkomen.

Voorschriften bij de confrontatie met niet-authentieke personen in het bijzijn van kinderen tot en met 7 jaar
Indien confrontatie optreedt met niet-authentieke personen moet Sint-Nicolaas er ten allen tijde voor zorgdragen de nodige waardigheid te behouden. Indien aan een groot aantal punten volgens 9.1 is voldaan is een korte verwijzing naar de eigen authenticiteit voldoende om het gehoor te overtuigen en moet zo min mogelijk aandacht worden geschonken aan de bedrieger. Afhankelijk van de deplorabele staat van de niet-authentieke Sint-Nicolaas kan nog worden overwogen deze aan te duiden als een Hulpsinterklaas. De nodige voorzichtigheid hierbij is geboden. Zonodig kan een toets met betrekking tot de kennis van teksten uit NEN 0912 uitkomst bieden.

Voorschriften bij de confrontatie met niet-authentieke personen in het bijzijn van kinderen ouder dan 7 jaar en volwassenen
Sint-Nicolaas zal in dit geval moeten bewijzen dat hij de enige echte is en een bedriegernoodzakelijkerwijze moeten ontmaskeren. Daarbij is alles geoorloofd, mits uitsluitend gebruik wordt gemaakt van de bij de Sint-Nicolaasuitmonstering behorende attributen. Zo is het gebruik van het koord toegelaten teneinde de bedrieger vast te snoeren, alsmede de roe om als slagwapen te functioneren. Aangereikte voorwerpen mogen niet worden gebruikt. Aangezien de echte Sint-Nicolaas als heilige wordt geholpen door hogere machten is het niet nodig assistentie in te roepen van Zwarte Pieten, doch moet Sint-Nicolaas zelf en uitsluitend zelf een eventuele bedrieger te ontmaskeren. Indien er schade ontstaat aan het kostuum van Sint-Nicolaas moet zijn kleding worden hersteld en moeten zijn baard en haren op orde worden gebracht alvorens hij zijn publiek optreden hervat.

Rituele handelingen
- Strooigoed: Samenstelling van het strooigoed moet plaatsvinden in een verhouding van 40 % pepernoten, 20 % kruidnootjes, 20 % schuimgebak en 20 % diversen, mits eetbaar en zoet van smaak. Strooien moet plaatsvinden bij binnenkomst in ruime mate, halverwege het bezoek van Sint-Nicolaas en bij vertrek.Bij het strooien moet voldoende afstand worden genomen teneinde ernstige verwondingen tevoorkomen. Het werpen van het strooigoed moet op een boogvormige wijze plaatsvinden. Het frontaalen in een rechte lijn werpen van het strooimateriaal is niet toegelaten, tenzij de afstand tot het gehoormeer is dan 7,35 m.


De volledige norm is rond de verjaardag van Sinterklaas terug te lezen op de site van Isolease.

zondag 5 november 2006

De geschiedenis van ISO 9001

Kort geleden werd mij de vraag gesteld hoe de ISO 9001 norm is ontstaan. Wat ligt eraan ten grondslag en hoe heeft het zich ontwikkeld tot de norm die het nu is. Goede vraag vond ik.

Een aardig antwoord op die vraag is ook te vinden op Wikipedia. Interessant om te lezen dat ook hier iets over het onterechte imago van de norm staat te lezen. Maar natuurlijk is de site van de International Organization for Standardization een meer dan uitgebreide bron van informatie.

vrijdag 13 oktober 2006

Muizen

Zo nu en dan merk ik het. Wellicht dat het bekend klinkt: Een lichte tinteling in de handen, een wat stijvere nek. En dan bedenk ik ineens, goh ik zit eigenlijk al wel heel lang te ‘muizen’ achter mijn PC-tje. Twee, drie uurtjes onafgebroken achter de computer werken is eigenlijk eerder regel dan uitzondering. En laten we eerlijk zijn, het is inherent aan de tijd waarin we leven.

Vandaag de dag is de PC een ‘onmisbare’ kameraad op de werkplek. Snel even de mail controleren, even iets zoeken op het net, als je er stil bij staat muis je je een ongeluk. Al die korte repeterende bewegingen willen langzaam aan op termijn nog wel eens een kleine aanslag plegen op het lijf. Natuurlijk zijn de meesten wel bekend met de wettelijke voorschriften over beeldscherm gebruik op de werkplek uit de Arbo-wet. 'Bekend' is misschien een groot woord, laten we het er op houden dat veel mensen daarover de klok hebben horen luiden. Maar als je tijdens het werk tijdelijk wordt geconfronteerd met een lichte spanning op de rug of in de muisvinger, kan ik me voorstellen dat je er niet op zit te wachten om die wettelijke bepalingen door te lezen. (beeldscherm op 30 graden, de elleboog staat 90 graden en maakt contact met het bureaustoel, het werkblad staat op 76 cm hoogte etc). Praktische ontspanning voor handen en nek is wat de harde werker op dat moment nodig heeft.

Ik nodig u dan ook uit de deze site te bezoeken
. Het is niet de allermooiste site die u op het internet zult aantreffen, maar de bewegende foto’s geven in het juiste tempo aan hoe de bewegingen moeten worden uitgevoerd. Ja, ja ik weet het. Het oogt gek, zeker als een collega niets vermoedend uw kantoor binnenkomt lopen. Ook ik ben al een aantal keren uitgelachen. Maar wat geeft het. Als het me lukt doe ik het elk uur. Of het echt werkt, ik weet het niet. Ik heb momenteel nergens last van in ieder geval. Misschien werkt het toch!

donderdag 12 oktober 2006

Nieuwe Arbowet

Met ingang van 1 januari 2007 gaat de nieuwe Arbowet in werking. Deze wet moet er voor zorgen dat werkgevers en werknemers meer ruimte krijgen om het arbobeleid in te vullen.

Wat er verandert:

1. Meer verantwoordelijkheid voor werkgevers en werknemer
Werkgevers en werknemers krijgen meer verantwoordelijkheid voor het arbobeleid. De overheid stelt doelvoorschriften vast. Dat is het niveau van bescherming dat bedrijven moeten bieden aan de werknemers, zodat zij veilig en gezond kunnen werken. Deze doelvoorschriften worden zoveel als mogelijk concreet beschreven in de Arbowet, het Arbobesluit en de Arboregeling. Bijvoorbeeld het nemen van maatregelen als het gevaar bestaat om 2,5 meter of meer te vallen of het voorschrift dat het geluidsniveau op de arbeidsplaats niet hoger mag zijn dan 85 decibel. Daarna is het aan de werknemers en werkgevers om te bepalen op welke manier zij invulling geven aan deze doelvoorschriften. De werkgever voert overleg over zaken die het arbeidsomstandighedenbeleid van de onderneming aangaan met de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging.

2. Invoering arbocatalogi
Werkgevers en werknemers stellen doorgaans binnen hun branche zogenoemde arbocatalogi op. Hierin staan de verschillende manieren beschreven die werkgevers en werknemers samen hebben gemaakt om te voldoen aan de doelvoorschriften die de overheid stelt. Bijvoorbeeld: beschrijvingen van technieken en methoden, goede praktijken, normen en praktische handleidingen. De verantwoordelijkheid voor de arbocatalogi ligt volledig bij de werkgevers en werknemers (of organisaties van werkgevers en werknemers, bijvoorbeeld binnen een bepaalde sector). Zodra werkgevers en werknemers een positief getoetste arbocatalogus hebben opgesteld voor een sector, worden de beleidsregels voor die sector ingetrokken. Drie jaar na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel worden alle arbobeleidsregels ingetrokken.

3. Minder regels

Er komen zo min mogelijk Nederlandse regels boven op de regels van de Europese Unie. Alleen als het echt nodig is, blijven aanvullende regels bestaan; bijvoorbeeld bij het werken met professioneel vuurwerk.

4. Controle Arbeidsinspectie
De Arbeidsinspectie controleert. Zij gaat hierbij uit van de wet- en regelgeving, en de invulling daarvan door werkgevers en werknemers in arbocatalogi. De Arbeidsinspectie stelt ten behoeve van werkgevers en werknemers door speciale branchebrochures op. In de brochure is informatie opgenomen over welke verplichtingen de werkgever heeft en hoe een bedrijfsinspectie verloopt. Ook zijn de belangrijkste arbeidsrisico’s in de branche uitgewerkt. Bij misstanden treedt de Arbeidsinspectie hard op. De maximale boetes die de Arbeidsinspectie kan opleggen, worden verdubbeld.

5. Overig
- Voor vrijwilligers gelden de regels uit het Arbobesluit als het gaat om ernstige arbeidsrisico’s, zoals valgevaar of het werken met gevaarlijke stoffen.
- Het arbeidsomstandighedenspreekuur als verplichte taak van de arbodienst vervalt. Het organiseren van een spreekuur is in beginsel een zaak tussen werkgever en werknemers. Zij kunnen hier zelf vorm aan geven.
- Werknemers krijgen toegang tot een arbeidsdeskundige. Dit kan een deskundige van de arbodienst zijn, zoals een bedrijfsarts of een arbeidshygiënist, maar ook een preventiemedewerker.
In organisaties met maximaal 25 werknemers mag de werkgever zelf als preventiemedewerker optreden. In de huidige wet mag dat alleen in een bedrijf met niet meer dan 15 werknemers.
- Als een RI&E instrument is afgesproken in een CAO en getoetst is door een deskundige is bij een met dat RI&E instrument gemaakt document geen toets meer nodig bij bedrijven met in de regel 25 werknemers (was 10 werknemers).

Zie ook de bron van deze post: “Arbonieuwestijl.nl

Dode lijn

Het is droef gesteld in Nederland met de klantvriendelijkheid van grotere bedrijven (ach, vertel eens wat nieuws). Persoonlijk ben ik daar al meerdere malen achter gekomen, maar ook vrienden en kennissen spuwen regelmatig hun gal. In het licht van klantvriendelijkheid en klachtenmanagement hieronder maar weer een voorbeeld van hoe het niet moet:

Mijn telefoonlijn leek gisteren geslachtofferd door een storing. Ik klim daarom direct in mijn (mobiele) telefoon om uit te zoeken wat er mis is gegaan. Ik zal u de details besparen, maar het kwam globaal hier op neer:

6 Slecht luisterende medewerkers, evenveel obligate herhalingen van mijn nwa gegevens, 41 dure minuten (waarvan de meeste ‘in de wacht’), talloze klantonvriendelijke handelingen en op zijn minst 3 beledigingen aan mijn adres verder kom ik tot de conclusie dat er een factuur in juli aan mijn aandacht is ontsnapt (waarschijnlijk gewoon nooit ontvangen) en ik schaamteloos ben afgesloten. Ik kan wel weer aangesloten worden, maar pas over twee dagen als ik nu betaal mét heraansluitingskosten natuurlijk. Wat!

Zo werkt het dus:
- Wanneer een debiteur een keurig betaalgedrag laat zien -maar één factuur mist- dan berust dat niet op een misverstand. Dan gaan er geen andere alarmbellen af. Nee, hoor. Een geautomatiseerd systeem hanteert zonder aanziens des persoons een botte bijl.
- Herinneringen worden niet meer standaard gestuurd (‘want dan kunnen we wel aan de gang blijven’). Tenzij de klant aangeeft deze te willen ontvangen. En dan kost dat € 4,50 per keer.

- De interne organisatie is niet ingericht om een herstelhandeling te verrichten en vervolgens het beklag van de klant rustig aan te horen én te noteren. Laat staan dat de organisatie deze klacht serieus neemt, de klant uit laat praten en het oplost.

De enige oplossing bleek het ter plekke geven van toestemming voor een acute incasso (zonder mijn identiteit te verifiëren). Vooruit dan maar, niet bereikbaar zijn kost meer. Maar een flink Napoleoncomplex ligt aan deze actie ongetwijfeld ten grondslag.

Wat mij eigenlijk beweegt deze post te schrijven is het gesprek met de laatste en meest onnozele medewerkster. Ze geeft namelijk op zeer belerende wijze aan dat wij een gemiddelde betalingstermijn van 37 dagen hanteren. En dat dat sowieso te laat is. Als u snel rekent komt u er even snel achter dat wij dus een keurig betalingsgedrag laten zien. Er is in die rekensom namelijk rekening gehouden met die ene (voor ons onbekende) openstaande factuur van juli. Maar in haar kwam dat niet op. Natuurlijk niet. Nee, wij hadden er zélf rekening mee moeten houden dat we die maand geen factuur hadden ontvangen. Tja.

Tot slot geef ik aan dat ik mijn buik hier van vol heb (niet van het maken van de fout, maar van de manier waarop deze wordt behandeld) en ik op zoek ga naar een andere aanbieder. Waarop zij zeer ongepast en zeer onjuist (maar wel gevat) zegt: “Daar liggen wij geen seconde wakker van en ik stel voor dat u die leverancier wél op tijd betaalt!” Mijn hemel…

maandag 9 oktober 2006

An inconvenient truth

Ik blijf even in de milieuhoek zitten. Het is immers zo belangrijk. Afgelopen vrijdag ging in Amsterdam de documentaire van Al Gore in première. “An Inconvenient Truth”. En wat een impact heeft deze film. Gore waarschuwt ons op niet mis te verstane wijze dat we nu actief moeten handelen om ons milieu niet verder te beschadigen en keihard actie moeten ondernemen om het tij te keren. Letterlijk zelfs. Nog 50 jaar en we kunnen een dagje uit in “Utrecht aan zee”. Tja.

Hand in eigen boezem?
Zowel zakelijk als privé neem ik al de nodige maatregelen, maar het kan nog beter en ik leg me er op toe om het nog beter te gaan doen.

Wat doen we al:
- We recyclen alles wat los en vast zit.
- We draaien op alternatieve energie.
- We gebruiken zo veel mogelijk spaarlampen.
- We rijden zo min mogelijk kilometers en áls we ze rijden doen we dat in zuinige auto’s.
- We schakelen alle apparatuur uit die we niet gebruiken.

- We kopen zoveel mogelijk biologisch in.
- Een aantal van ons is vegetarisch. Ja, dat is ook goed voor het milieu.
- We hebben onze thermostaat twee graden lager gezet.
- Onze vaatwasser gaat alleen aan als hij vol is én dan op de ‘Bio-stand”.

Wat gaan we nog doen:
- We gaan de mogelijkheden van hybride auto’s onderzoeken.
- We gaan actiever onze bandenspanning checken. Dat moet onze auto’s zuiniger maken.
- We gaan beter letten op de verpakkingen van producten.
- We gaan bomen planten. Ter compensatie.
- Wanneer ons briefpapier op is, stappen we af van het ‘mooie papier’ en schakelen over op volledig gerecycled papier.

We kunnen vast nog veel meer, maar dit is ons begin. Wat gaat u doen?

vrijdag 6 oktober 2006

Isolease feliciteert Igor Kluin!

Natuurlijk is Igor de meest gelezen gastblogger. Niet verwonderlijk, hij schreef een post met impact.

Wij zijn al een tijdje fan van het Qurrent concept en gelukkig zijn wij daarin niet alleen. Igor won deze week namelijk ‘de leeuwenkuil’ tijdens Holland Innovation. Ga er maar aan staan. Hij flikte het. Igor wist in 90 seconden een investeerder aan zich te binden. Dat leverde hem een slordige € 250.000,- op. Een prachtige impuls voor zijn onderneming natuurlijk. Lees hier een persbericht.

Igor: Gefeliciteerd, goed gedaan joh! Wij zijn plaatsvervangend trots…

dinsdag 3 oktober 2006

Afval = Voedsel

Gisteren bekeek ik een aflevering van Tegenlicht. Die maakte zoveel indruk dat ik er hier even aandacht aan wil schenken. Food for thought:

Denk er maar eens over na. De natuur genereert in principe geen afval. Bijproducten verworden altijd tot voedsel. Waarom lozen wij dan zo enorm veel afval dat niet verdwijnt? We storten het of verbranden het, in het meest positieve geval recyclen we het. Maar het feit blijft dat we onze aarde schandalig belasten. Het toppunt van onze consumptiemaatschappij. Zoals een topman bij Ford al aangaf: “We gebruiken 22.000 kg grondstof om een 1.300 kg wegende auto te produceren. Dat is niet alleen milieubelastend, maar ook een erg oneconomisch productieproces. Daar valt winst te halen.”

De ontwerper William McDonough en de chemicus Michael Braungart bedachten de oplossing: Afval = voedsel! Hun 'Cradle to Cradle' (C2C) principe is baanbrekend en komt op het volgende neer:
- Ontwerp producten en processen zo dat de waardevolle materialen en de investeringen van triljarden dollars die gebruikt worden om ze te produceren beschikbaar blijven voor de mens en zijn natuurlijke omgeving.
- Ontwerp alle producten zodanig dat ze volledig kunnen worden hergebruikt uitgaande van het principe: Afval is voedsel.
- Een product moet volledig afbreekbaar zijn in de biosfeer en daar als voedsel dienen voor natuurlijke organismen.
- Alle niet afbreekbare stoffen moeten beschouwd worden als een hoogwaardige grondstof voor nieuwe producten in de technosfeer.
- Zorg ervoor dat er tijdens de fabricage van een product op geen enkele wijze schadelijke afvalstoffen ontstaan.

Inmiddels ziet niet alleen de Ford Motor Company, maar ook de fabrikant van onze stoelen (Herman Miller) en NIKE hier de toegevoegde waarde van. Ze zijn om. Zelfs de Chinezen draaien nu een pilotproject op basis van dit principe. Als ze immers de komende 15 jaar voor 400 miljoen mensen nieuwe huizen moeten bouwen -en ze dat met traditionele bakstenen zouden doen- is China snel door zijn klei en zijn kolenvoorraden heen.

Klik hier om de documentaire te bekijken.

dinsdag 26 september 2006

Gastblogger: Wouter Flach - Technipower

De vierde alweer. Gastbloggen is populair. Deze keer geven we graag Wouter Flach het woord. Hij schetst voor ons zijn ervaringen op het gebied van de implementatie van VCU (Veiligheids Checklist Uitzend- en detacheringsbureaus) bij Technipower Project Engineering - een projectsourcer met passie voor techniek-. Het heeft zijn organisatie onverwachte voordelen opgeleverd (en wij krijgen onverwacht een complimentje, dank je Wouter!). Lees hieronder Wouter's "bittere waarheid":

VCU en de bittere waarheid.

November 2004: Eén van onze opdrachtgevers wil weten of Technipower in staat is om voor een tijdelijk project een tweetal service monteurs en een werkvoorbereider beschikbaar kan stellen. De technici moeten allen in het bezit zijn van een geldig VCA certificaat. Geen probleem, al onze medewerkers hebben een dergelijk certificaat of we zorgen er voor dat dit behaald wordt. Tot zover geen enkel probleem. Twee dagen later een telefoontje van de opdrachtgever; “zijn jullie VCU gecertificeerd?” Eerste reactie: “Geen flauw idee, vast wel.” Nou mooi niet dus. Vanaf dat moment is Technipower niet meer hetzelfde geweest.

Wat verandert er nu binnen je organisatie en hoe gaan mensen daar mee om? Is VCU een doel of juist toch het middel? Moet men veranderen of is het makkelijk inpasbaar? Maar de belangrijkste vraag is toch wel; waarom doen we het en wat levert het op? We blijven uiteindelijk toch een commerciële organisatie die streeft naar winst. Is Technipower meer waard geworden doordat we nu het VCU certificaat hebben? Leveren we beter werk af? Hebben opdrachtgevers nog meer vertrouwen in Technipower? Allen vragen die een Directeur van een bedrijf bezig houden, want waarom anders zoveel geld uitgeven.

De antwoorden op deze vragen zijn niet eenvoudig met ja of nee te beantwoorden. Het gaat er namelijk niet om dat je door een certificeringsdeskundige gefeliciteerd wordt met het behalen van het VCU certificaat. Uiteindelijk gaat het erom dat alle medewerkers zich bewust zijn van het feit dat vrijwel iedere baan bepaalde risico’s met zich meebrengt. Dit houdt in dat je als medewerker je best moet doen deze risico’s zo klein mogelijk te houden. Echter, ziet iedereen wel dat er überhaupt risico’s aanwezig zijn binnen functies?

Vaak erkent men bepaalde risico’s niet of ziet men deze niet als zodanig. Een computer of telefoonkabel door een kantoor is geen risico, men moet er gewoon overheen stappen. Wanneer je als service monteur of account manager ca. 25000 km per jaar voor het werk in de auto zit, is dit geen risico, want iedereen kan natuurlijk autorijden. Medewerkers moeten zich dus anders opstellen en niet alleen uitgaan van boerenverstand, maar zich volledig inzetten om het aanwezige risico, hoe klein ook, nog kleiner te maken, danwel een kandidaat dusdanig voor te bereiden dat deze op een juiste manier weet om te gaan met deze risico’s.

Naast een andere instelling vraagt het ook een andere werkwijze. Alles krijgt een meer gestructureerde invulling. Processen beschrijven de manier waarop gewerkt dient te worden en welke stappen gedaan worden bij bepaalde handelingen. Vervolgens moet alles aantoonbaar zijn. Aantoonbaar betekent voor commerciële mensen zoals ik zelf, vertraging, administratie en geneuzel, kortom iets wat niet bijdraagt aan het scoren!

Als initiatiefnemer was het dan ook moeilijk om mensen te overtuigen van de voordelen van dit certificaat. Iedere keer gaf ik maar weer aan dat we op deze manier met meer bedrijven zaken mogen en kunnen doen. Dat werkt in ieder geval zolang opdrachtgevers het certificaat vereist stellen voor de samenwerking. Uiteindelijk is Technipower in december 2005 officieel gecertificeerd door BVQi en zijn wij in het bezit van ons certificaat!
Wat is er veranderd?

Technipower werkt volgens een aantal procedures, waar formulieren aan verbonden zijn en waarbij rekening gehouden wordt met mogelijk aanwezige risico’s. Daarnaast heeft Technipower een kantoor geopend in Den Bosch, heeft er uitbreiding plaatsgevonden in Amersfoort en Eindhoven. We hebben een Veiligheids & Gezondheidscoördinator, een Bedrijfshulpverlener en een ziekteverzuimpercentage van 1,8 %. Of dit allemaal het positieve gevolg is van het behalen van het VCU certificaat durf ik niet meteen te zeggen. Wel durf ik te zeggen dat we ons meer bewust zijn van het werk waar we mee bezig zijn en wat de gevolgen kunnen zijn van bepaalde handelingen. Daarnaast beseft iedere medewerker zich ook meer dat er op een werkplek risico’s kunnen zijn die voor anderen niet als zodanig ervaren worden.

Misschien wel de grootste verandering binnen de organisatie is dat er nu volgens bepaalde structuren gewerkt wordt die acties niet alleen aantoonbaar maken, maar vooral ook overdraagbaar, dit zorgt voor snelheid, duidelijkheid en resultaat. Iets wat voor een commercieel persoon, zoals ikzelf, van wezenlijk belang is in het uitvoeren van zijn functie.

Mede dankzij de goede begeleiding van Isolease, ben ik in staat geweest om collega’s en directie te overtuigen van het nut van het VCU certificaat en zijn wij geworden tot de gestructureerde en veiligheidsbewuste organisatie die we nu zijn.

Wouter Flach
Managing Consultant en voormalig V&G coördinator.

dinsdag 19 september 2006

RI&E: Niet complex, wel wettelijk verplicht!

Anekdote
“Een RI&E” verzucht de ondernemer. “Ik moet een RI&E. Kunt u mij helpen?” Het ging als volgt:

Ik werd ingeschakeld door een kleinschalig installatiebedrijf, alwaar de arbeidsinspectie op bezoek was geweest en het bedrijf had gewezen op het ontbreken van de wettelijk verplichte RI&E (Risico Inventarisatie en evaluatie). Er zou een boete volgen tenzij het bedrijf nog binnen een afzienbare termijn aan haar verplichting kon voldoen. Feest der herkenning.

“Er is zo’n kerel langs geweest van de Arbeidsinspectie en nou moet ik een of ander arborapport anders krijg ik een boete. Kunt u dat even regelen?” Klonk het aan de andere kant van de telefoon. Ik maak uiteraard een afspraak en tref een week later een alleraardigste man die zich van geen kwaad bewust lijkt en zich afvraagt of ondernemers nog mogen ondernemen in dit land. Een veel gehoorde frustratie. Ik luister naar zijn vermakelijke verhaal en start ondertussen alvast de laptop op. Eigenlijk heb ik altijd veel sympathie voor dergelijke ondernemers.

De inventarisatie verloopt een beetje moeizaam. Niet uit onwelwillendheid, maar laat ik het voorzichtig uitdrukken; uit gebrek aan kennis. Een voorbeeld: Op de vraag of er tijdens de werkzaamheden wellicht sprake is van hinderlijk geluid of lawaai (gezien eventuele gehoorschade, begrijpt u), antwoordt de man: “Nee, hoor. We zetten de radio altijd wat harder”. We hebben nog een lange weg te gaan…

De wet
Sinds 1 januari 1994 is een RI&E een wettelijke verplichting voor werkgevers. Ook het ‘plan van aanpak’ is expliciet opgenomen in de wet en maakt sinds 1 november 1999 integraal deel uit van de RI&E.

Een RI&E geeft inzicht in de sterke en zwakke punten op het gebied van veiligheid, gezondheiden welzijn van het bedrijf. Elke werkgever moet onderzoeken of het werk gevaar kan opleveren of schade kan veroorzaken aan de gezondheid van de werknemers. Onderwerpen als arbobeleid, gevaarlijke stoffen, lawaai, lichamelijke belasting, ziekteverzuim, vluchtwegen, werkdruk, voorlichting, werken met beeldschermen en agressie komen hierbij aanbod. Dit onderzoek, dat schriftelijk moet worden vastgelegd, wordt een risico-inventarisatie en -evaluatie genoemd.

Een plan van aanpak met verbeteringsmaatregelen maakt dus deel uit van de RI&E. In het plan van aanpak moet de werkgever aangeven binnen welke termijn concrete maatregelen in verband met de geïnventariseerde risico's worden genomen. Tevens dient de werkgever jaarlijks te rapporteren aan de werknemers over de uitvoering van het plan van aanpak.

De RI&E dient te worden bijgesteld zodra gewijzigde werkmethoden, werkomstandigheden of technische innovaties hiertoe aanleiding geven. De Arbeidsinspectie controleert werkgevers op de naleving van deze RI&E-verplichting. Tevens toetst de Arbeidsinspectie de praktijkomstandigheden op de “werkvloer” aan de RI&E en het plan van aanpak.

Werkgevers hebben sinds een recente de wetswijziging meer flexibiliteit omtrent de RI&E:
Organisaties met ten hoogste 40 uur arbeid per week moeten een RI&E hebben, maar hoeven dat document niet te laten toetsen. Organisaties met ten hoogste 10 werknemers hoeven hun RI&E niet langer te laten toetsen, mits ze gebruik maken van een goedgekeurde branche-specifieke door een deskundige getoetst RI&E-instrument.

Voor organisaties waarvoor niet zo’n CAO-RI&E-instrument bestaat, en voor alle organisaties met meer dan 10 werknemers blijft een toets verplicht.

Let op: Bij het tellen van het aantal medewerkers geldt niet het aantal FTE’s, maar het aantal daadwerkelijke personen!

De uitvoering
Het uitvoeren van een RI&E is niet ingewikkeld. U volgt de volgende 4 stappen:

Stap 1. Inventarisatie.


Zorg voor een lijst met risico's in uw bedrijf. U kunt die lijst zelf opstellen, maar u kunt ook gebruikmaken van bestaande lijsten. Of u kunt uw RI&E door een arbodienst of deskundige laten uitvoeren. De lijst moet antwoord geven op de volgende vragen:
-Zijn er in het verleden ongevallen gebeurd in mijn bedrijf?
-Wat kan er op dit moment fout gaan in mijn bedrijf, zodat ongevallen of verzuim optreden?
-Hoe groot is de kans dat het gebeurt?
-Hoe beperk ik een risico? Of de schade als het toch misgaat?
-Welke maatregelen zijn nodig? En hoe voer ik ze door?
-Hoe zorg ik dat de maatregelen blijven werken?

Stap 2. Evaluatie.


Vergelijk alle risico’s van de lijst en zet ze in de goede volgorde onder elkaar. Welke risico's zijn het meest dreigend? Zijn er situaties in uw bedrijf die wettelijk niet zijn toegestaan? Welke risico's kunnen schade veroorzaken aan uw medewerkers, apparaten of het productieproces? Welke risico's zien uw medewerkers graag aangepakt? Welke aanpassingen zijn technisch mogelijk, en - ook belangrijk - hoeveel kunt u investeren?

Stap 3. Plan van Aanpak.

U heeft nu een lijst met “Things to Do”. De derde stap is: termijnen prikken voor het aanpakken van de risico’s in uw bedrijf. Wie gaat met welk risico aan de slag? En wanneer bent u tevreden? Wat levert het op? Kortom, een plan van aanpak. Zo lost u de risico’s één voor één op, bij voorkeur aan de bron. Misschien zijn er meer vliegen in één klap te slaan.

Stap 4. Toetsing

U moet nu uw RI&E laten toetsen door een gecertificeerde arbodienst of deskundige. Die kijkt of alle risico’s op de lijst staan. Of de situatie in uw bedrijf goed is weergegeven. Of de laatste normen en richtlijnen zijn gebruikt. Wat tien jaar geleden nog mocht, mag nu misschien niet meer. Een gecertificeerde arbodienst of deskundige toetst uw RI&E en adviseert bij het plan van aanpak. Vervolgens brengt u het plan van aanpak ten uitvoer. U overlegt de voortgang jaarlijks met uw werknemers, de OR of PV.

Succes!


Bron: rie.nl