vrijdag 28 juli 2006

GSM

Druk, druk, druk. Even een telefoontje hier, een telefoontje daar. Hulde aan de uitvinder van mobiele telefoon. Niks telefoonkaart voor een telefooncel, telefooncel zoeken, gewoon bellen waar en wanneer je wilt! En als voor je werk ambulant bent, is het mobieltje natuurlijk een bijzonder prettig en noodzakelijk stukje werkgereedschap.

Maar ik moet toegeven af en toe word ik gek van het ding. Altijd bereikbaar en soms na veel bellen zijn mijn oortjes rood. En niet alleen van de sappige verhaaltjes die mij ter ore komen. Mijn Nokia-tje is gewoon warm geworden, met als gevolg een warm oorschelpje. Mij is gesouffleerd dat mogelijk komt door de elektromagnetische straling welke van het mobieltje tijdens gebruik afkomt. De gedachte bekruipt me dan soms: “Kan toch eigenlijk niet goed zijn hé, zo een ding tegen mijn hersenpan!”. Maar of ik het echt te weten zal komen…. Er zijn tal van wetenschappelijke onderbouwingen die zeggen dat het geen kwaad kan, even zoveel zeggen dat het wel kwaad kan. Wie zal ik vandaag eens geloven.

Hoe dan ook, ik weet niet of u bekend bent met de Toolboxservice" van Isolease. Velen van u kennen de terminologie waarschijnlijk niet eens. Een Toolboxmeeting is een middel om informatie en onderricht te geven aan medewerkers. Het betreft vaak onderwerpen over gevaar op de werkvloer en hoe de medewerker dit kan voorkomen. Bedrijven die VCA-gecertificeerd zijn (bijvoorbeeld bedrijven uit de bouw of in de petrochemie), zijn verplicht om tien keer per jaar een Toolboxmeeting te verzorgen. Omdat het uitwerken van een onderwerp vaak extra tijd kost, die ze mogelijk beter kunnen besteden, wenden ze zich tot Isolease voor een uitgewerkt onderwerp. Gemak dient immers de mens.

Tijdens het bestuderen van informatie over elektromagnetische velden, voor het maken van de Toolboxmeeting Elektromagnetische velden (hoe kan het ook anders), viel mijn oog op de volgende: Tips voor het gebruik van de mobiele telefoon. Het is afkomstig van Arbo en Veiligheid 2006-2. Tips om misschien even bij stil te staan. Ik wilde ze u in elk geval niet onthouden.

Tips voor het gebruik van de mobiele telefoon:



  • Houd de gesprekken zo kort mogelijk, om zo kort mogelijk aan de straling bloot te staan.
  • Bel zo weinig mogelijk binnen en ga zo dicht mogelijk bij een raam of opening staan, om de magnetische velden gemakkelijker naar buiten af te voeren.
  • Bel niet zonder buitenantenne en handsfree-set vanuit de auto.
  • Vermijdt het gebruik van een hoofdset indien mogelijk. Het snoer dat gebruikt wordt, straalt ook uit. Daarnaast draagt men bij het gebruik van een headset het mobieltje op het onderlichaam wat volgens recent onderzoek schade aan zaad en embryo's kan veroorzaken.
  • Let bij nieuwkoop op de laagste Sarwaarde* (deze zou lager dan 0,8 Watt/kg moeten zijn). De fabrikanten moeten in of aan de verpakking en anders op hun website bkend maken dat hun product aan deze norm voldoet.
  • Indien er wordt gekozen voor Bluetooth op de mobiele telefoon, kies dan voor een klasse drie Bluetooth headset. Deze heeft een vermogen van 1/1000 Watt (het mobieltje zelf heeft een maximaal vermogen van 1 of 2 Watt, dus 1000 of 2000 keer zoveel straling als de Bluetooth headset).
  • Hecht geen waarde aan afschermingsmiddelen die worden aangeboden, tenzij het resultaat meetbaar is aangetoond.

    * SAR-waarde: de specifieke absorptiesnelheid (in het Engels SAR= specific absorption rate)
  • woensdag 26 juli 2006

    Gastblogger: Igor Kluin - Qurrent

    Onze tweede gastblogger dient zich aan. Igor Kluin. Na jaren enthousiast te hebben gewerkt aan zijn ‘Reclame Divisie’ gooit hij het nu over een andere boeg. De noodzaak om structureel op een alternatieve wijze energie op te wekken is evident. Onze fossiele brandstoffen raken op en we belasten ons milieu zodanig dat deze niet ongeschonden uit de strijd kan komen. Igor's nieuwe initiatief ‘Qurrent’ speelt daar op in en stelt particulieren en bedrijven in staat om op een duurzame wijze decentraal energie op te wekken. Igor aan het woord:

    Global Dimming

    “This is a film that demands action”. Zo begint de documentaire die ik twee weken geleden zag ik op de BBC. Een documentaire over “global dimming”. Ik had over dit fenomeen al wel wat gelezen, maar wat deze beelden mij lieten zien was echt shocking. Ik zou eigenlijk willen zeggen: “this is a blogpost that demands action”.

    OK, even terug: wat is global dimming? Global dimming kun je eigenlijk heel letterlijk nemen: het licht op de aarde wordt gedimd. Met andere woorden, de hoeveelheid zonlicht dat de aarde bereikt neemt af. Dit is het gevolg van luchtvervuiling die met name op het noordelijk halfrond wordt geproduceerd. Het gaat daarbij dit keer niet om schadelijke gassen zoals CO2, maar om deeltjes zoals roet etc. Die deeltjes komen in de lucht en vormen samen een soort sluier die zonlicht gedeeltelijk tegenhoudt. In de VS ongeveer 10%, in de UK 16% en in Rusland maar liefst 30%... Ik wist niet wat ik hoorde: 30%!

    De documentaire maakt twee effecten van Global Dimming duidelijk:

    1. Doordat minder zonlicht de aarde bereikt als gevolg van luchtvervuiling, wordt de aarde minder verwarmd. Nu hoor ik je denken, dat is toch een mooi effect tegenover Global Warming, het snel opwarmen van de aarde? Dat is ook zo. Maar als je even doordenkt kom je dus tot de conclusie dat het broeikaseffect eigenlijk nog schadelijker is dan we al dachten! Global Dimming verhult letterlijk en figuurlijk de krachtige temperatuursstijging waar de aarde aan begonnen is. De modellen die gebruikt worden om de temperatuur op aarde te voorspellen zullen dus sterk naar boven moeten worden bijgesteld! Zeker nu we de luchtvervuiling door deeltjes de laatste jaren beginnen terug te dringen. Wanneer Global Dimming wordt gereduceerd, zal Global Warming versneld plaats gaan vinden

    2. Een ander effect is de impact die de deeltjes hebben op weerpatronen. In de documentaire wordt als voorbeeld de situatie in midden Afrika genomen. De stammen daar leefden al eeuwen van de jaarlijkse moesonregen die net voldoende water bracht om van te leven. In de jaren 70, 80 en 90 bleek die moeson nauwelijks meer te vallen. De film laat duidelijk zien dat dit het gevolg is van de vervuiling uit het noorden. Ik kreeg een benauwend schuldgevoel: het lijkt er toch echt op dat er miljoenen doden zijn gevallen als direct gevolg van onze vervuiling... Ik krijg er weer rillingen van.

    Ik ben overigens echt geen geitewollensokken-figuur; en ook geen milieu-freak. Ik ben meer een praktische realist. Maar juist vanuit dat realisme ben ik gaan inzien dat we echt voor grote klimatologische veranderingen staan. Ik noem dat zelfs niet eens ‘slecht voor het milieu’; de aarde komt er wel overheen hoor. Alleen wij mensen kunnen wat minder goed met de gevolgen overweg. Daarom eis ik ook, net als deze film, action! Van mijzelf, maar ook van jou: we moeten anders met energie omgaan!

    Zelf doe ik mijn kleine deeltje via mijn nieuwe bedrijf Qurrent renewable energy waarmee ik het lokaal opwekken van duurzame energie wil stimuleren. Decentrale Duurzame Energie is werkelijk een prachtige oplossing die we allemaal kunnen gaan toepassen. Ja, het is nu nog wel duurder, maar olie en gas verbranden zal ons echt duurder komen te staan. Bovendien wordt met de stijgende olieprijs duurzame energie steeds goedkoper. De vraag is: durven we voor de lange termijn te kiezen?

    Tot slot, hierbij de link naar de documentaire. Je kunt hem niet online bekijken helaas, maar wanneer je hem wilt zien kan ik hem wel op een DVD zetten en aan je toesturen. Stuur daarvoor even een email naar igor.kluin@Qurrent.com. Ik doe het graag.

    Een andere film die eveneens een schok teweeg zal brengen is het mooie initiatief van Al Gore (ja, die): An Inconvenient Truth. Niet alleen een film overigens, maar een heel programma om wereldwijd meer mensen bewust te maken. Bekijk de trailer op de site, dan ga je zeker naar die film dit najaar.

    Zeg het voort.

    vrijdag 14 juli 2006

    Gastbloggers

    U heeft al even kennis kunnen maken met onze eerste gastblogger, Gerard Koppers.

    Binnenkort komen er meer gastbloggers aan het woord. Het zijn ondernemers, managers en andere buitengewoon interessante mensen die voor ons hun visie op een bepaald (aan kwaliteit, arbo, veiligheid en/of milieu gerelateerd) onderwerp vertellen. Houd dit blog goed in de gaten!

    Gastblogger: Gerard Koppers.

    Graag stel ik u voor aan onze eerste gastblogger: Gerard Koppers.

    Naast zijn werkzaamheden bij de Onderzoeksraad voor Veiligheid in de hoedanigheid van Informatiespecialist, is hij directeur van het Nationaal Brandweer-documentatiecentrum. Hij schreef voor ons (omdat er -gezien de dienstverlening van Isolease- raakvlakken zijn) een kleine geschiedenis van de Brandweer:

    De geschiedenis van de Brandweer: Tegen oorlog, water en vuur.

    Al in de primitieve omstandigheden van de vroege middeleeuwen kregen mensen in de gaten dat ze zich tegen allerlei onheilen beter konden beschermen door samen te werken. De belangrijkste bedreigingen in die tijd waren oorlog, water en vuur. Oorlog en overstroming waren vaak nog wel voorspelbaar en daar kon men zich op voorbereiden. Vuur kon in die tijd van open ovens, houten huizen en rieten daken elk moment onverwacht uit de hand lopen en ontaarden in een onbeheersbare brand. Het was daarom ook in die tijd zaak om daarop voorbereid te zijn.

    De primitiefste methoden om een eenmaal uitgebroken brand te bestrijden waren kuipen of emmers met water, (natgemaakte) zeildoeken en haken en bijlen. Met de laatstgenoemde gereedschappen werden dakbedekkingen of indien nodig hele huizen gesloopt om de uitbreiding van het vuur tot staan te brengen. Daarvoor was organisatie en regelgeving nodig, die opgesteld moest worden door degenen die als overheid waren aangewezen. De oudst bekende brandvoorschriften dateren uit de veertiende eeuw, waarin geregeld was hoe men iedereen moest alarmeren en mobiliseren, wie de leiding had bij de bluswerkzaamheden en hoe de schuldvraag en het kostenverhaal vastgesteld konden worden.

    Ontwikkeling
    Vanuit de primitieve brandblusorganisaties uit de middeleeuwen ontwikkelde zich in de zeventiende eeuw – met name in de grotere steden – een georganiseerde brandweer, die de beschikking kreeg over brandspuiten, die op hun beurt ook weer een regeling van de werkzaamheden nodig maakten. Sommige brandweerorganisaties waren gestoeld op de burgerlijke dienstplicht, andere maakten gebruik van vrijwilligers die daarmee weer vrijstelling van militaire diensten konden krijgen.

    Tot aan het begin van de twintigste eeuw was de bescherming tegen de bekende onheilen vooral een taak van de lokale overheid. Vanaf dat moment werd oorlogvoering een nationale aangelegenheid en werd de waterstaat in grotere verbanden geregeld. Het onheil van brand, dat niet snel een bovengemeentelijke schaal zou kunnen krijgen, bleef een lokale zaak.

    Vanaf de motorisering van het brandweermaterieel was het niet meer nodig om grote hoeveelheden mensen te mobiliseren voor het transporteren van het water naar het vuur. Een kleinere groep goed gemotiveerde medewerkers, die goed met het moderne materieel overweg kon, bood doorgaans een betere bescherming.

    Industrialisering en professionalisering
    Door de verdere industrialisering van Nederland en in de aanloop naar de Tweede wereldoorlog werd duidelijk dat de omvang van het brandgevaar de lokale mogelijkheden zou kunnen overstijgen en werden samenwerkingsverbanden in het leven geroepen. De bezetting, bombardementen en oorlogshandelingen toonden aan dat de verplichte normalisatie, opleiding, tactiek en regionale samenwerking hun vruchten hadden afgeworpen en na de bevrijding is er veel aandacht geweest voor de professionalisering van de brandweer en haar materieel.

    Na de oorlog is er langdurig en zorgvuldig gediscussieerd over de aard en plaats van de brandweer, waarna weloverwogen is gekozen voor brandweerzorg als gemeentelijke taak. Wel werd – mede ingegeven door de snel toenemende risico's in de moderne maatschappij – veel geld en energie gestoken in grootschaliger samenwerking, opleiding en oefening. De voor Tweede Wereldoorlog en later de Koude Oorlog opgerichte organisaties ter bescherming van de burgerbevolking tegen de gevolgen van oorlogsrampen werden – vooral door gebrek aan draagvlak – uiteindelijk in de tachtiger jaren opgeheven en de taken zijn overgedragen aan de vredesorganisaties. De brandweer was als hoeder tegen het onheil van oudsher de aangewezen instantie om van de vernieuwde rampenbestrijdingsorganisatie de spil te vormen.

    De brandweer nu
    Vrijwel alle gemeenten in Nederland beschikken over een eigen brandweerkorps, dat in actie komt bij elk onheil, wateroverlast, brand, ongevallen en terroristische aanslagen. De brandweer is professioneel opgeleid en geoefend en voorzien van modern materieel. Al die gemeentelijke korpsen werken samen in veiligheidsregio’s, waarvan er 25 zijn in Nederland en waarvan de grenzen vrijwel gelijk lopen met die van de politieregio’s. In zo’n veiligheidsregio worden met name alarmering, opleiding en oefening en ook beheer als gezamenlijke activiteit uitgevoerd. Ook de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen maakt onderdeel uit van de veiligheidsregio. Door de samenwerking is het beter mogelijk om de grotere risico’s en de grootschaligheid van potentiële rampen het hoofd te bieden.

    Vroeger, nu en in de toekomst mag de burger 24 uur per dag rekenen op de brandweer in geval van nood. Wat voor nood dat dan ook moge zijn.

    G.P. Koppers, 14-07-2006

    woensdag 12 juli 2006

    Papieren tijger

    Nog steeds hoor ik af en toe (maar gelukkig steeds minder) dat een kwaliteitssysteem alleen maar papierwerk in de hand zou werken en dat het niets oplevert. Ik leg dan graag uit dat dat zeker niet zo hoeft te zijn. Er is een gouden regel voor implementatie: Doe het goed!

    Natuurlijk bestaat de kans dat u een papieren tijger creëert. En het zou in het ergste geval kunnen uitmonden in veel heisa wanneer de organisatie er niet klaar voor is, of in een geldverslindend monster wanneer het beoogde rendement uitblijft. U heeft het echter allemaal zélf in de hand. Vergelijkt u het maar met de aanschaf van een goede stofzuiger. U deed deze investering om uw vloeren eenvoudig en snel schoon te krijgen. Helaas wordt de gebruiksaanwijzing niet gelezen en blijft het apparaat vervolgens in de kast staan. Het staat wel stof te vangen, maar niet op de manier zoals het werd bedoeld. Treft deze stofzuiger dan blaam voor uw steeds vuiler wordend karpet?

    Succes!

    dinsdag 20 juni 2006

    Afkorting 'ISO'

    Geregeld krijg ik de vraag waar 'ISO' nou eigenlijk voor staat. Let op:

    Officieel staat de afkorting voor 'International Organization for Standardization', maar wanneer we dat zouden afkorten krijgen we 'IOS'.


    Omdat het een internationale organisatie betreft, zouden de afkortingen in diverse landen ook weer anders geschreven worden (bijvoorbeeld 'OIN' in het Frans voor Organisation internationale de normalisation). Er is daarom besloten om een universele afkorting te gebruiken, welke werd afgeleid van het Griekse ‘ISOS’ dat zoveel als ‘gelijk’ of ‘gelijkmatig’ betekent. Dus voor ieder aangesloten land in iedere taal geldt de afkorting 'ISO'.

    woensdag 14 juni 2006

    R-papier

    Zo, nog even snel een mailtje sturen naar een belangrijke opdrachtgever, een briefje naar een leverancier. Met een tekstverwerkingsprogramma een fluitje van een cent. Maar om nu domme schrijf- of spelfouten te voorkomen, is het vaak erg zinvol om het toch even na te lezen. Misschien wel herkenbaar. In de gauwigheid een lidwoordje vergeten, een 'd' in plaats van een 't' of gewoon hele woorden weglaten (tja ,in mijn hoofd stond het op papier, maar mijn vliegensvlugge tikvingers tikte er zo voorbij). Persoonlijk vind ik dat erg slordig staan naar de geadresseerde toe en misschien ook wel een beetje respectloos.

    Maar ja, teksten nalezen op een scherm vind ik ook niet altijd even prettig. Dus gooi er maar weer een blanco A-4tje tegen aan, kras er wat op, wijzig wat op de tekstverwerker. Klopt het nu, even afdrukken. Hmm bijna. En nog maar weer een printje. Eigenlijk zonde van het inktpartoon én zonde van het papier. Laat ik het zo zeggen, de enige die er wel bij vaart is de A4 fabrikant!

    Onlangs zat ik bij één van mijn opdrachtgevers. We hadden een aantal dingen besproken en voor intern gebruik moest er wat worden geprint. Druk werd er in een doos met papier gerommeld. Voorbedrukt papier werd in de printer gestoken en de gewenste tekst rolde uit de printer. Enigszins bevreemd aanschouwde ik dit spectakel waarop mijn zeer doortastende vraag volgde: “Huh, wat doe jij nou?”. Blijkt dat hij alle foute printjes, ‘waardeloze’ brieven anderssoortig eenzijdig afgedrukt papier spaart. Bij het afdrukken van een document voor eigen gebruik wordt dat papier hergebruikt. Wat een handig idee. En omdat Isolease implementatie gericht te werk gaat, dacht ik dit implementeer ik ook. Ik heb het gekscherend R-papier genoemd (Recycle- of Renopapier). De waardeloze direct mailbrieven die we geregeld ontvangen, blijken in eens mijn zeer waardevolle A-4 leverancier. Okee, het is even wennen. Het vergt enige discipline maar als ik op deze manier een steentje kan bijdragen aan het behoud van bos en woud, dan doe ik dat graag.

    PS: Tip van de dag. Zet wel een diagonale streep door de waardeloze tekst (achterkant) om verwarring te voorkomen!

    maandag 12 juni 2006

    Verfrissend artikel

    'De Zaak' publiceerde vandaag een uiterst verkoelend bericht. Een aantal verfrissende tips tijdens deze hittegolf is immers nooit weg:

    Houd het hoofd koel op het werk
    Het komt niet vaak voor, maar soms stijgt de temperatuur ook in Nederland tot tropische waarden. Werknemers zijn dat niet gewend en verdienen enige bescherming tegen de hitte van de zon. Het is ook in uw eigen belang dat zij het hoofd koel houden. Het kan u bovendien een besparing opleveren!

    Siësta in Holland?
    Klimatologische veranderingen zullen in de toekomst zorgen voor hetere zomers in Nederland. Bij hoge temperaturen stijgt het aantal ontevreden werknemers en daardoor het 'mentaal verzuim'. Aandacht voor verkoeling op het werk kan u als werkgever een flinke besparing opleveren.


    Een siësta tijdens warme dagen - zoals FNV Bouw ooit voorstelde voor werknemers in de bouw en afbouw - gaat misschien wat ver, maar steeds meer bedrijven voeren in een hete periode een 'tropenrooster' in. Als het té warm is op de werkplek, of als er buiten intensieve arbeid wordt verricht in de felle zon, zijn maatregelen geen overbodige luxe.U kunt het draaglijk houden door te zorgen voor voldoende vocht en verkoeling op de werkplek. Werknemers die buiten in de hitte werken, hebben bovendien recht op extra pauzes in een koele ruimte en moeten zoveel mogelijk in de schaduw werken.

    Samen oplossen
    U vindt het zelf misschien logisch dat u maatregelen treft waardoor de werknemers veilig en verantwoord kunnen werken en dat u zorgt voor voldoende mogelijkheden voor verkoeling. Maar in sommige werksituaties kan het lastig zijn de werknemers de nodige verkoeling te bieden. Omdat de omstandigheden op alle werkplekken anders zijn, is het vrijwel onmogelijk om algemene centrale maatregelen op te stellen, die tot in detail zijn uitgewerkt.


    Het is belangrijk dat u zelf passende maatregelen neemt, die specifiek zijn toegesneden op de situatie op de werkplek. In goed overleg tussen werkgever en werknemer is het over het algemeen goed mogelijk om per project en per onderneming afspraken te maken.

    Vuistregels voor verantwoord werken
    Werkgevers dienen te zorgen voor een zo behaaglijk mogelijk klimaat, rekening houdend met de aard van de werkzaamheden. Verder zijn op dit gebied slechts adviezen te geven. De Arbowet is redelijk gecompliceerd op dit punt. In sommige werksituaties kan het lastig zijn de werknemers de nodige verkoeling te bieden.
    Het is belangrijk dat u in goed overleg met uw werknemers passende maatregelen neemt, die specifiek zijn toegesneden op de situatie op de werkplek. Maar wanneer wordt het te heet om te werken? FNV Bondgenoten heeft daar enkele richtlijnen voor.


    Enkele vuistregels:
    - Bij (zittend) kantoorwerk mag de temperatuur op de werkvloer stijgen tot een maximum van 30 graden.
    - Voor intensief werk geldt een maximum van 26 graden, maar alleen mits er een voelbare luchtstroom is (anders 25 graden).
    - Boven de 26 graden is er sprake van extra belasting. Dan moet overleg plaatsvinden over mogelijke maatregelen, zoals koele ruimtes om te pauzeren, extra ventilatie e.d.
    - Komt de temperatuur hier bovenuit, dan is er sprake van extra belasting. Bedrijven moeten er dan alles aan doen om de belasting zo laag mogelijk te houden. Mogelijkheden zijn:
    - korter werken;
    - zo kort mogelijk aaneengesloten werken;
    - pauzeren in koele ruimtes;
    - zwaar werk uitstellen;
    - aangepaste kleding;
    - extra ventilatie;
    - veel (sportdrank) drinken;
    - luchtkoelingstechniek installeren voor een meer structurele aanpak.

    Binnen is het meestal veel warmer dan buiten. Maar buiten is het risico op huidkanker weer groter omdat mensen direct aan zonlicht worden blootgesteld. In dit geval wordt geadviseerd om tussen twaalf en drie uur de zon te vermijden door andere werkplanning, te zorgen voor afscherming tegen de zon (bijvoorbeeld door een pet) en te smeren met een zonnebrandcrème met een hoge factor. Lees meer hierover in de brochure Wees zonbewust op je werkplek.

    Tips tegen productieverlies
    Wanneer de temperatuur stijgt boven de 25 graden, leidt elke graad extra temperatuurstijging in een kantooromgeving tot een productieverlies van 2%, waarschuwt TNO Bouw. De hittegolf raakt u dus in uw portemonnee. Naast de kleding en het type werk bepalen vooral de binnentemperatuur, de luchtvochtigheid en de luchtsnelheid hoe prettig mensen zich voelen. TNO Bouw geeft een aantal tips om de arbeidsproductiviteit op peil te houden tijdens warme dagen:
    - schakel overbodige elektrische apparaten uit;
    - gebruik zonwering, met name aan de buitenkant van de gevel (dit scheelt een tot twee graden t.o.v. zonwering aan de binnenzijde);
    - houd ramen gesloten gedurende de uren van de dag dat het buiten warmer is dan binnen (ongeveer tussen 10.00 - 20.00 uur);
    - Zorg voor voldoende luchtstroming, bijvoorbeeld door ventilatoren;
    - Ventileer 's nachts;
    - Maak platte daken nat.


    Kledingvoorschriften
    In sommige beroepen zullen werkgevers er geen enkel probleem van maken als het personeel op warme dagen in luchtige kleding verschijnt. In andere beroepen is het echter onmogelijk om in korte broek te werken. Bijvoorbeeld als representativiteit vereist is, of wanneer bepaalde veiligheidsvoorschriften gelden waaronder ook beschermende kleding valt. Laat bij extreme hitte de gezondheid voorgaan en laat als het even mogelijk is het taboe op de korte broek tijdelijk varen.

    Een eigenaar van een wasserij in Raalte scoorde erg goed bij zijn personeel door te zorgen voor een privé-zwembadje voor de deur. In de pauze namen de werknemers een verfrissende plons in het bad (een stuk landbouwplastic in de afvalcontainer gespannen), sommigen met kleding en al. De pauze duurde daardoor wel wat langer dan normaal, maar de werknemers vonden het geen probleem om dan wat langer door te gaan dan normaal. Het is een beetje geven en nemen. U ziet het: met een beetje creativiteit valt een hoop te bereiken.

    Bron: De Zaak

    vrijdag 2 juni 2006

    Daling ziekteverzuim

    Gisteren publiceerde het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderstaand persbericht. Interessant genoeg om eens tot u te nemen...

    Ziekteverzuim daalt snelst in sectoren met arboconvenant

    In sectoren waar werkgevers, werknemers en overheid samen concrete afspraken maken over veilig en gezond werken, daalt het ziekteverzuim sneller dan in sectoren waar de partijen geen afspraken maken. Dat blijkt uit onderzoek dat bureau Astri heeft uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Staatssecretaris Van Hoof heeft de uitkomsten vandaag aan de Tweede Kamer aangeboden.


    In de onderzoeksperiode 1999 tot en met 2004 is het ziekteverzuim in de sectoren waar sociale partners en het ministerie afspraken hebben gemaakt, gedaald met 22 procent (van 7,1 naar 5,5). Op plaatsen waar de partijen geen afspraken hebben vastgelegd in zogenoemde convenanten was de afname 9 procent (van 5,5 naar 5,1 procent). Het absolute ziekteverzuim ligt in de convenantsectoren in alle jaren hoger dan in andere sectoren. Dat komt omdat vooral sectoren met een hoog ziekteverzuim meedoen met de convenanten.

    In arboconvenanten staat zwart op wit wat sociale partners en overheid doen om de arbeidsomstandigheden te verbeteren en het ziekteverzuim en de instroom in de WAO terug te dringen. De WAO-instroom is in de sectoren waar afspraken zijn gemaakt bijna net zo snel gedaald als in de sectoren zonder convenanten. Dit komt waarschijnlijk omdat de sectoren pas in het voorlaatste onderzoeksjaar in de convenanten actief aan de slag zijn gegaan met het voorkomen van arbeidsongeschiktheid.


    De resultaten van het onderzoek sluiten aan bij het kabinetsbeleid. Het kabinet wil werkgevers en werknemers meer verantwoordelijkheid geven op het terrein van de arbeidsomstandigheden. Onlangs heeft staatssecretaris Van Hoof zijn voorstel voor een nieuwe Arbowet naar de Tweede Kamer gestuurd. Deze wet geeft werkgevers en werknemers meer ruimte om samen het eigen arbobeleid in te vullen. Het kabinet verwacht dat het beleid daardoor grote steun krijgt op de werkvloer en dat hierdoor veiliger en gezonder zal worden gewerkt.

    Sectoren waar convenanten zijn afgesloten lopen voorop met de uitvoering van de nieuwe regelgeving. In een aantal gevallen zijn de sociale partners al aan de slag gegaan met het maken van zogenoemde arbocatalogi. In deze catalogi kunnen werkgevers in de toekomst opzoeken op welke manieren en met welke middelen ze de veiligheid en de gezondheid van hun werknemers kunnen waarborgen.


    Sociale partners en overheid zijn zeven jaar geleden begonnen met het project Arboconvenanten Nieuwe Stijl. Sinds het begin zijn er 69 convenanten afgesloten, onder andere in de bouw, horeca, academische ziekenhuizen, politie, thuiszorg en de rijksoverheid. Meer dan de helft van de Nederlandse beroepsbevolking valt onder de afspraken van een arboconvenant.

    Bron: Ministerie van SZW

    vrijdag 26 mei 2006

    PAGO wordt PMO

    Het verplichte PAGO (Periodiek ArbeidsGezondheidskundig Onderzoek) is officieel vervangen door PMO (Leidraad Preventief Medisch Onderzoek). Het PAGO voldeed niet langer. Er werd ook nog maar weinig gecontroleerd of het PAGO ook echt plaatsvond, maar vaak alleen of het in het contract met de Arbodienst was opgenomen.

    De belangrijkste veranderingen

    1. Het PMO is een samenwerking tussen het bedrijf én de bedrijfsarts. De opdrachtgever is dus actief betrokken.
    2. Er worden vooraf doelstellingen vastgesteld.
    3. Het PMO heeft een preventief aspect en gaat daarom niet alleen over onderzoek, maar ook over interventies naar aanleiding van het onderzoek.
    4. Er is voor het eerst aandacht voor aspecten van de levensstijl van werknemers. Er wordt aandacht besteed aan de fysieke en psychische conditie en leefgewoonten.
    5. De verplichte keuringen die werknemers ondergaan vallen ook onder het PMO.

    Fasen van het PMO

    1. Oriëntatie en besluitvorming.
    - projectgroep opzetten en consulteren
    - doelen kiezen
    - budgettaire mogelijkheden vaststellen
    - beslissing nemen
    2. Voorbereiding
    - taken verdelen
    - inhoud vaststellen
    - instanties en professionals contracteren
    - uitvoering plannen
    3. Uitvoering individugerichte activiteiten.
    - screeningstest uitvoeren
    -signaleringsvragenlijst invullen
    - functionele geschiktheid onderzoeken
    - aanvullende diagnostiek uitvoeren
    - individugerichte interventies adviseren
    4. Uitvoering groepsgerichte activiteiten.
    - groepsanalyse en groepsrapportage opstellen
    - groepsinterventies uitvoeren
    5. Evaluatie en vervolgplanning.
    - evalueren en vervolg plannen

    Doelen

    Preventief:
    Voorkomen dat mensen ziek worden door hun werk. Wanneer er toch schade aan de gezondheid ontstaan, dan kan dat met het PMO in een vroeg stadium worden opgespoord. Het PMO is een vervolg op de RI&E (Risico-inventarisatie en evaluatie). Een goede RI&E vermeldt welke risico’s waar voorkomen, en geeft ook een inschatting van de ernst, en prioriteiten voor de aanpak ervan. Daaruit volgen dan adviezen over een wel of niet noodzakelijke inzet van een PMO.

    Gezondheidspromotie:
    Hoe blijf je in je werk zo gezond mogelijk? Dat wordt bepaald de manier van werken én van leven. Het PMO kan zich dus ook op de leefstijl richten, voor zover deze van betekenis is voor de werknemer om gezond te kunnen blijven werken.

    Meest gestelde vragen

    Voor wie is het PMO bedoeld?

    PMO is bedoeld voor alle werkende mensen. Dus niet alleen voor werknemers met een dienstbetrekking of een ambtelijke aanstelling, maar ook voor zelfstandigen. Het PMO is er niet alleen voor mensen die lichamelijk zwaar werk doen of die aan heel speciale risico’s, zoals giftige stoffen, zijn blootgesteld. Het PMO is er ook voor de portier, de bureaumedewerker en de directeur. Een PMO is er voor jong en oud, mensen met of zonder gezondheidsklachten, aan het werk of verzuimend.

    Is het PMO verplicht?

    Artikel 18 van de Arbowet legt werkgevers de verplichting op om een PMO aan hun werknemers aan te bieden. De werkgever moet een PMO aanbieden aan de werknemers en neemt ook de kosten van het PMO voor zijn rekening. De ondernemingsraad kan de werkgever wijzen op zijn verplichting om een PMO aan te bieden. Ook individuele werknemers kunnen om een PMO vragen. Zij kunnen hun verzoek rechtstreeks bij de werkgever neerleggen, of bij een vertrouwenspersoon van het bedrijf.

    Wie voert het PMO uit?

    PMO wordt uitgevoerd door arboprofessionals. De werkgever mag het ook zelf regelen, door voldoende gekwalificeerde mensen aan te trekken. Bij de uitvoering speelt de bedrijfsarts een centrale rol. Maar ook de arboverpleegkundige, arbeids- en organisatiedeskundige, laborant/functieassistent en doktersassistent kunnen bij het PMO een taak hebben. In de uitvoeringsfase is het van belang dat bedrijfsfunctionarissen en professionals goed samenwerken.

    Hoe vaak moet een PMO worden uitgevoerd?

    Voor PMO is geen standaardtermijn voor herhaling te geven. Het hangt af van de evaluatie na de eerste PMO-cyclus, waarbij ook de wensen van het bedrijf en de aard van de interventies een rol spelen. Er zijn drie in het werk gelegen factoren die de frequentie van uitvoering kunnen beïnvloeden:
    1. De ernst van de gezondheidsschade die bij een gegeven blootstelling in het werk zou kunnen optreden.
    2. De kans dat die schade werkelijk optreedt
    3. De snelheid waarmee die schade optreedt.

    Wat kost een PMO?

    Dat hangt af van de inhoud van het onderzoek en van de uitgebreidheid van de groepsrapportage. Voor het individuele deel van een PMO liggen deze kosten meestal tussen € 150 en € 200 per werknemer. Daarbij zijn eventuele interventies niet meegerekend.

    Bron: NVAB, Ministerie van SZW, Senzis