dinsdag 21 juni 2011

Leggen ze best leuk uit, bij NEN.

Want zo zit het dus:

Complimenten

Ons vak is soms te mooi om waar te zijn. Als adviseur helpen we veel organisaties, soms zelfs uit de brand. Met veel liefde helpen we met het opzetten van een systeem dat het werken vergemakkelijkt. Vooral door het wegnemen van onduidelijkheden.

Het moment van glorie is altijd weer de EXTERNE AUDIT. In veel organisaties met angst en beven tegemoet gezien. Zo niet bij onze klanten. Natuurlijk zijn er momenten dat we ons toch even afvragen of we iets over het hoofd zien. Niets menselijks is ons vreemd.

De uitslag is het mooiste moment. Het verlossende woord, na een aantal dagen lastige vragen. Natuurlijk zijn er altijd wel opmerkingen te plaatsen. De auditor van dienst interpreteert onderdelen van de norm anders. Of krijgt niet direct het juiste antwoord van de auditdeelnemers. Dan is er altijd nog de mogelijkheid om alsnog de auditbewijzen te overhandigen.

Wat overblijft zijn de 'non-conformities' die niet direct kunnen worden weggepoetst. Klanten schrikken er nog wel eens van, maar na een korte bespreking zijn ze er ook van overtuigd dat ze de 'kinderachtige' opmerkingen als een compliment moeten zien. Wat denkt u van de (echt) geschreven afwijking dat een klant toch zeker wel een kadertje moest plaatsen om een actielijst. Men zou er toch eens over heen lezen.

Of wat dacht u van het niet aantoonbaar testen van het (milieu)noodplan van een organisatie van nog geen tien medewerkers. Moet nog even bij worden vermeld dat ze allen op kantoor werken.

Of die keer dat de auditor vond dat het kwaliteitsbeleid niet 'aantoonbaar' door de directeur was geformuleerd. Directe actie van de kwaliteitsmanager van de organisatie was even doeltreffend als wonderlijk. Een exemplaar printen en laten ondertekenen door de directeur was voldoende.

Het mooiste compliment was toch wel die keer dat de auditor vond dat de fotokopieën in de personeelsdossiers van de buitendienst medewerkers moesten zijn voorzien van een paraaf. Want nu bestond de mogelijkheid dat er 'look-a-likes' namens de organisatie op pad zouden gaat.

We hebben deze laatste opmerking nooit helemaal begrepen, maar net als alle andere voorbeelden, hebben we 'm ervaren als een compliment. Blijkbaar zat het systeem op de echt essentiële punten goed in elkaar. Een goed geformuleerd en ingevoerd kwaliteitsbeleid. De operationele processen beheerst. Aantoonbaar gemaakt door echt zinvolle kwaliteitsmetingen. Niet om de norm te 'pleasen', maar vanuit de eigen behoefte om de geleverde producten en diensten telkens nét iets beter te maken. Geen raketwetenschap, maar juist gebaseerd op 'gezond verstand'.

En waarschijnlijk daardoor lukt het telkens om niet alleen een systeem 'op te zetten', maar ook in te voeren. En daardoor zien we de opmerkingen van onze externe auditor ook altijd als een blijk van waardering. En niets motiveert zo als het ontvangen van waardering. We hebben een prachtig vak!

vrijdag 17 juni 2011

Nu wordt het echt spannend ...

In korte tijd veel werkzaamheden voor de normcommissie kwaliteitsmanagement. Opnieuw een onderwerp met een brede impact: draft ISO guide 83. Ofwel 'high level structure and identical text for management system standards and common core management system terms and definition'. In gewoon Nederlands: de standaard voor managementsysteemnormen.

Alle managementsysteemnormen zullen in de toekomst gaan voldoen aan deze 'norm'. Dus niet alleen ISO 9001, maar ook ISO 14001, ISO 27001 en ISO 22000. Wel zo handig voor organisaties die gebruik maken van meer dan een managementsysteemnorm. Het document bevat eisen voor een structuur, gemeenschappelijke teksten en geharmoniseerde definities.

Kortom, het lezen van de nieuwe generatie managementsytseemnormen wordt een stuk eenvoudiger. Geen gezoek meer waar welk onderdeel staat. Geen onderlinge tegenstrijdigheden in betekenis. Bijna te mooi om waar te zijn.

Niet helemaal. Omdat normontwikkeling gebaseerd is op consensus, houdt het huidige voorstel in dat iedere norm aangepast moet worden. De internationale normcomissie kwaliteitsmanagement heeft aan de NL-se commissie gevraagd om te onderzoeken wat de consequenties voor zowel de norm zelf als de gebruikers zijn.

De consequenties voor de norm zelf is een 'technische' aangelegenheid. Wel vinden we het jammer dat het procesmodel/de Demingcirkel minder herkenbaar zijn. Hoeft u zich niet druk om te maken. Wij maken ons vanzelfsprekend wel druk om de consequenties voor u. En specifieker: uw managementsysteem. 

Ons uitgangspunt is dat organisaties die ISO 9001 volgens 'de geest' van de norm toepassen, weinig tot geen last zullen hebben van de wijziging. Een goed systeem is namelijk niet langs de meetlat van de norm opgezet, maar langs de meetlat van de eigen organisatie. De norm is er in een later stadium langsgelegd om te toetsen of er een compleet, goed systeem is 'ontstaan'.

Organisaties die bewust hebben gekozen om de norm te hanteren als een 'checklijstje'. Waar met zo min mogelijk inspanning aan moest worden voldaan. Niet in de laatste plaats om een certificaatje te krijgen. Die organisaties moeten wellicht alsnog hun systeem moeten ombouwen tot een 'echt' kwaliteitsmanagementsysteem.

Na de zomer weten meer over dit proces. Heeft u toch iets om naar uit te kijken. Of het spannend wordt, mag u zelf uit maken.

maandag 6 juni 2011

Dat u het even weet ...

Zoals u al eerder hebt kunnen lezen, levert ISOLEASE een actieve bijdrage aan de ontwikkeling van de normen op het gebied van kwaliteitsmanagement en conformity assessment. Niet zomaar door langs de zijlijn te schreeuwen, maar actief en inhoudelijk door deelname aan de normcommissie. Met veel plezier, overigens. Recentelijk nam ik deel aan een bijeenkomst van een werkgroep vanuit de normcommissie 'kwaliteitsmanagement' om met elkaar van gedachten te wisselen over de gewenste aanpassingen aan ISO 9001.

In een eerder stadium zijn in internationaal verband 20 concepten ontwikkeld en inmiddels is een internationaal user survey uitgevoerd. De uitslag van dit onderzoek worden binnenkort verwacht. De 20 concepten zijn uiteraard al beschikbaar. Deze recente werkgroepbijeenkomst was met name bedoeld om af te stemmen, wat de speerpunten voor Nederland zijn als later in het jaar het proces om de 'Design Specification' vast te stellen van start gaat.

Omdat nog helemaal niets vast staat - alleen dat de structuur van de nieuwe ISO 9001 zal moeten voldoen aan de ontwikkelde High Level Structure - is het zinvol om nu goed na te denken welke 'problemen' in de norm nu moeten worden opgelost. Niet eenvoudig. Wel belangrijk.

Iedere deelnemer was het er over eens dat de huidige norm in grote lijnen wel voldoet. Ondanks dat, ziet de werkgroep nog voldoende ruimte om de norm te verbeteren. In de dagelijkse praktijk blijken er keer op keer elementen van de norm niet begrepen te worden. En dan niet alleen door 'beginners'. Lees de verschillende discussiefora er maar op na.

Hoe deze 'problemen' het hoofd te bieden, vergt nog wat extra overleg. Vandaar dat de werkgroep heeft besloten extra bijeenkomsten te organiseren. Helaas dus nog geen concreet doorkijkje naar de toekomstige ISO 9001. Maar u weet nu wel dat er inhoudelijk nog niets te weten is. Ook een zinvol weetje, toch?

woensdag 1 juni 2011

Column - Stokje

Sinds de 5e editie van jaargang 26 (kortom; juli 2010) schrijf ik een column in het vakblad "Kwaliteit in Bedrijf".  En laat dit nu de laatste zijn. Maar geen nood. Op deze plek blijf ik u gewoon lastig vallen.

Alle columns krijgen  - hoe toepasselijk - het label "column".

Stokje

Falende garages, omhoog gevallen boekhouders, betonnen zwemvesten, minder gemotiveerde medewerkers, goed bedoelende maar het nooit begrijpende MKB’ers, horror auditoren,  enge energiebedrijven, struikelbestrating, compensatieherrie, sprookjesboeken, telecom-ellende en condooms met een gaatje.  U heeft het in het afgelopen jaar allemaal voorbij zien komen. Althans, mocht u over mijn columns gestruikeld zijn. Ik schreef ze met plezier, moet u weten.

Met dat zelfde plezier had ik het met u overigens ook nog graag gehad over handige tips & tricks, hoe de rol van de KAM manager aan het veranderen is, helpdesks from hell, misleiding in adviesland – en dat komt nog griezelig vaak voor, waarom ‘ISO’ geen raketwetenschap is, hoe OHSAS zorgt voor veiligheid en welzijn, dat niet iedere verandering een verbetering is,  of MVO niet gewoon een ordinaire modegril dan wel een marketingtool is,  dat echt naar een klant luisteren moeilijker is dan je denkt en meer van zulks. Of misschien zelfs wel over mijn ervaringen met de nieuwe – nou ja, nieuwe – VCA, de 10 meest opmerkelijke klantbelevenissen of over de vele certificatiesuccesverhalen (ja, dat is een woord).

Maar dat doe ik niet.

Het geval wil namelijk dat dit mijn laatste column voor dit blad betreft. Ik geef het stokje over aan Hugo van der Horst, u kent hem wel. Vooral wanneer u met enige aandacht dit blad leest. Hij is de man van de veelschrijverij, zeg maar. De column is daarmee in uiterst goede handen. En naar wat ik heb vernomen, ligt er nog een element van verrassing  voor u in het verschiet. Laten we het ‘exotische’ bijdragen noemen. Ik hoor de pauken al. Ik vind het ook spannend.

Mij leest u voortaan gewoon weer op het blog van ISOLEASE (punt NL), mocht u die onbedwingbare behoefte niet kunnen onderdrukken. U dacht toch niet dat ik mijn toetsenbord nog louter voor het optikken van ingewikkelde, kinderlijk eenvoudige of toch vooral heel bruikbare procedures inzette, zeker? Nee, ik schatte u ook al hoger in.

Het was mij oprecht een waar genoegen. En mocht u mij om volledig onduidelijke redenen ineens vreselijk gaan missen; Google is uw beste vriend.

Het ga u goed.

 

vrijdag 20 mei 2011

Wasserbomben

De meeste mensen van mijn generatie kunnen het zich nog wel herinneren. Op enig moment werd de Westlandse tomaat niet meer gepruimd door onze oosterburen. Jarenlang hadden tuinders zich ingespannen om perfect ogende tomaten te produceren, wilde de Duitser ineens dat er smaak aan zat. Tja, daar hadden we niet op gerekend.

Hoe ik hierop kom? Ik moest er aan denken toen een klant mij weer een vroeg of kon komen helpen om het kwaliteitsmanagementsysteem vlot te trekken. Wat was het geval? Enkele jaren terug was bedrijf X aan ‘de ISO’ gegaan. Vooral omdat klanten ‘ISO’ toch wel heel erg eisten. Gelukkig was er nog wel een adviseur in het netwerk van de directeur te vinden die in ‘no-time’ zo’n handboekje in elkaar kon zetten. Snel en natuurlijk niet duur. Binnen een paar weekjes was het gepiept. Handboek klaar. Certificaat aan de muur.

De eerste jaren ging het nog wel. De audits werden braaf uitgevoerd. Soms kwamen er ook zinvolle bevindingen naar boven. De directiebeoordeling werd al vrij snel een worsteling. Met het jaar kostte het steeds meer moeite om de directie er van te overtuigen dat ze toch echt iets moesten schrijven over ‘de ISO’. En eerlijk is eerlijk, de geproduceerde rapporten zagen er op zich vertrouwenwekkend uit. Nadere bestudering leerde dat de paar knelpunten die niet over het hoofd waren gezien, keer op keer terug kwamen. Wel telkens anders geformuleerd. Dat dan weer wel.

Het opzetten van een goed kwaliteitsmanagementsysteem is op zich niet moeilijk. Het minimale dat nodig is om een werkzaam en werkbaar systeem op te zetten, is netjes beschreven in ISO 9001. Wel moet dan ieder onderdeel op zorgvuldige wijze in 'het systeem' worden gezet. Als één element ontbreekt of te zwak is, ontstaat geen sterke ketting. Een cliché, maar o zo waar. En zorgvuldigheid is geboden. Een managementsysteem bestaat namelijk niet alleen maar uit techniek, maar juist voor het grootste gedeelte uit mensen. En die hebben nu eenmaal tijd nodig om de nieuwe ideeën te laten rijpen.

Net als de tomaten duurt het even voordat mensen de smaak te pakken hebben. Daarom nemen wij – in tegenstelling tot de adviseur die het oorspronkelijke systeem had gebouwd – de tijd. Dus niet binnen twee weken alles over de schutting, maar uitgebreid met medewerkers aan tafel om te zorgen dat ze inzien wat het systeem voor ze kan betekenen. En wat niet, overigens. Ieder onderdeel ruime aandacht. Niet alleen het zichtbare, maar ook de onzichtbare gedeelte. Dus zowel de schil als de smaak.

Of de klachten van de Duitser over onze ‘Wasserbomben’ nou terecht waren of niet, feit is wel dat ik tegenwoordig bij de groenteboer kan kiezen uit een grote hoeveelheid verschillende soorten tomaten. Voor ieder soort gerecht een eigen tomaat. Minder mooi rond soms, maar zeker voller van smaak. Het is met de tomaten dus helemaal goed gekomen. En met het systeem van mijn klant komt het uiteraard ook weer helemaal goed.

donderdag 19 mei 2011

Een gewone zaak

Igor is een groene held. Punt. Maar dat wisten we al lang, natuurlijk. En schrijven kan-ie ook. Ik ben daarom zo vrij om zijn blogpost hier ook even onder de aandacht te brengen. Dat moet. Want wij konden het er niet hartstochtelijker mee eens zijn. Igor dus, over de 'gewone zaak'. Een must read.


De gewone zaak

Ik ben er klaar mee. Al die groene feestjes. Van het ene bedrijf dat aankondigt vanaf 2015 alleen nog maar groene stroom te gebruiken (2015?) naar het volgende dat duurzaam WC papier maakt, naar weer een ander dat Cradle to Cradle adopteert alsof het een mytisch geschenk uit de hemel is waaraan men zich graag uitlevert. Echt, ik ben er zo klaar mee.

Begrijp me niet verkeerd: wat die bedrijven doen is hartstikke goed. Natuurlijk moeten we onze producten en diensten op een duurzame manier ontwikkelen, produceren, gebruiken en hergebruiken. En natuurlijk zit daar een een mooie business case achter; als afval een grondstof wordt sla je twee vliegen in een klap. En natuurlijk is dat rendabel te maken. Logisch toch?

Dat is zo logisch, dat ik de feeststemming gewoon niet begrijp. Waar zijn alle groene bedrijven nou zo trots op? Op het feit dat ze nu werken op een manier die niet vervuilend, verspillend en asociaal is? Is dat werkelijk reden voor een feestje?

Laten we met z’n allen als duurzame koplopers niet vergeten wat voor transitie we in zitten. We zijn niet bezig iets goeds nog beter te maken. Was dat maar waar. Feit is dat ons economisch handelen tot nu toe ronduit egoistisch, asociaal en vernietigend is geweest. Als je een ander perspectief kiest dan het westerse, dan is ons handelen ronduit schandalig geweest. Denk eens aan de stammenstrijden in West Afrika, over de zeldzame metalen voor de iPad waarop ik deze column tik. Of aan de voedselcrisis die het gevolg is van ons protectionisme. (Nee, geen luchtige column dit keer…)

Duurzame bedrijven zijn te prijzen om hun moed. Het is niet eenvoudig om dingen anders te gaan doen dan we gewend zijn. Veel lof daarvoor. Maar niet voor het feit dat ze ervoor kiezen om anderen minder schade toe te brengen, de natuur minder te slopen, of andere mensen eerlijk te belonen. Dat is toch geen reden voor een feestje??

Lees verder op Igor's Issues -->

vrijdag 29 april 2011

Column - Pleinvrees

Ik vrees dat de gemeente Rotterdam het ook dit keer weer moet ontgelden. Maar in feite zou het iedere willekeurige gemeente kunnen zijn. Ik krijg het namelijk een beetje op mijn heupen ondertussen. Aanvankelijk was ik  - met de rest van de wijk - erg verheugd dat de stratenmakers arriveerden. Eindelijk. De boel zakt hier namelijk sneller dan het vertrouwen in het dienstrooster van de NS.

En zo lag daar in no-time een prachtig nieuw plein. Met een enorme wow-factor. We waren er zelfs bijna trots op. Totdat we tot onze verbazing zagen dat het met dezelfde snelheid weer gesloopt werd. ‘De verkeerde tegels’, wist een voorman me te vertellen.  Ik zag in alle eerlijkheid het verschil niet - na het herleggen ervan. Qua tegels dan. Wel zag ik dat het schots en scheef lag. En niet zo’n beetje ook. Niet dat het veel uitmaakte, want er werd kort daarop met groot materieel overheen gedenderd, want de straten verderop moesten ook worden aangepakt.  En dan gooi je natuurlijk over de gehele lengte van de wijk alle kruisingen open. Of dicht, zo je wilt. Logisch. Dat betekent een eind omrijden met de auto, met de fiets beslist niet kunnen passeren en te voet wel zicht hebben op een loopplank, maar er met geen mogelijkheid bij kunnen. Schier onmogelijk. Al-les ligt open. Ook de weg naar de loopplanken.

De incidentele stoutmoedige voetganger die wel een sprongetje durft te wagen blijft met de voet achter een bijkans onzichtbare tripwire hangen. Zo’n touwtje dat waterpas gespannen wordt, weet u wel. En niet dat deze inmiddels dapper zandhappende voetganger dan te hulp wordt geschoten, nee, er is namelijk geen stratenmaker te bekennen. Waar ze wel zijn is volstrekt onduidelijk.  Maar alles blijft stug open liggen.

Begrijp me niet verkeerd, ik heb veel respect voor hard werkende stratenmakers. Een slopend vak is het. Maar kon het nou niet een klein beetje logischer? Dat er even een beetje nagedacht wordt over de logistiek, de planning, de volgorde, over de algehele uitvoering eigenlijk. Dan hebben de mannen in kwestie toch ook veel meer eer van hun werk. Denk ik. Maar ik denk vooral ook aan de faalkosten. Die moeten enorm zijn. 

Managementsysteempje iemand?

Sinds de 5e editie van jaargang 26 (kortom; afgelopen juli) schrijf ik een column in het vakblad "Kwaliteit in Bedrijf".  Ik wil u die natuurlijk niet onthouden.  Nummer 8 heeft u zojuist gelezen.

Alle columns krijgen  - hoe toepasselijk - het label "column".

dinsdag 26 april 2011

Stuurlui

In 'het veld' krijg ik nog wel eens kritiek te horen over de norm. Daar zouden toch wel eisen in staan die volkomen onzinnig zijn voor een goed functionerende onderneming. Bedacht door 'de NEN' die ver van de werkelijkheid af zou staan. Ach ja. Om een misverstand uit de wereld te helpen: NEN (zonder lidwoord, of u moet ons voortaan ook DE ISOLEASE gaan noemen) bedenkt de norm niet. NEN faciliteert het proces om tot normen of richtlijnen te komen. Normen worden opgesteld door marktpartijen die een (direct) belang hebben bij heldere afspraken.

ISO 9001, de norm voor kwaliteitsmanagementsystemen, valt onder de normcommissie 'Kwaliteitsmanagement. In deze normcommissie zitten mensen met jarenlange ervaring op het gebied van kwaliteitsmanagement. De crème-de-la-crème, zeg maar. Sommigen in de rol van kwaliteitsmanager, anderen in de rol van auditor. Met elkaar bepalen zij het Nederlandse standpunt in het internationale proces. ISO 9001 is namelijk een internationale norm, dus het buitenland mag ook meepraten. Zo zijn we dan ook wel weer.

De norm wordt dus vastgesteld door de mensen die er zelf ook veel mee te maken hebben. En die als de zogenaamd beste stuurlui vanaf de wal blijven roepen dat het maar niks is. Om er vervolgens als 'adviseur' wel een aardige boterham mee verdienen. ISOLEASE neemt wel actief deel aan deze normcommissie. Net als echte schippers. 'Je verantwoordelijkheid nemen', heet dat bij ons. Maar om eerlijk te zijn, ook wel om als eerste op de hoogte te zijn van de nieuwste ontwikkelingen. Doen we niet moeilijk over. Als normvaste non-conformisten moeten we zelfs bekennen dat wij het leuk vinden om op het hoogste niveau over ons vak te discussiëren en als eerste de nieuwste concept normen uit te pluizen.

Recente onderwerpen die in de normcommissie aan de orde zijn geweest, zijn onder meer de voorbereidingen voor de nieuwe ISO 9001. Komt pas rond 2015, dus geen paniek. Om toch goed voorbereid te zijn, is besloten in een kleinere werkgroep alvast voorbereidingen te treffen voor als straks het internationale proces op gang komt. Na de internationale brainstorm, met deelname van ondergetekende, en de user survey, willen we natuurlijk zorgen dat Nederland voldoende inbreng kan hebben. De eerste bijeenkomst van onze werkgroep zal in mei zijn. ISOLEASE kijkt er al naar uit.

Andere actuele thema's zijn de richtlijn voor interne audits (ISO 19011) en de norm voor inspectie-instellingen (ISO 17020). De Nederlandse normcommissie had graag gezien dat in ISO 19011 aandacht zou zijn voor op risico's gerichte audits. Helaas bleek daar onvoldoende steun voor op internationaal niveau. In de concept (DIS) ISO 17020 wordt ruimte gelaten dat de 'kerntaken' van een inspectie-instelling worden uitbesteed. Onwenselijk vindt de Nederlandse normcommissie. We stemmen in beide gevallen dan ook 'tegen'.

Hoewel de uiteindelijke invloed van ons als ISOLEASE natuurlijk niet zo groot is - zo realistisch zijn we ook - vinden we deelname aan deze commissie toch belangrijk. Vooral omdat we door middel van deelname als eerste inzicht hebben in de nieuwste ontwikkelingen. Leuk voor ons, maar vooral voor onze klanten. Die weten namelijk zeker dat onze adviezen toekomstbestendig zijn.

vrijdag 1 april 2011

Om vrolijk van te worden

Veel organisaties houden zich actief (of toch iets minder actief) bezig met kwaliteits-management. Gelukkig wel. En soms zelfs zonder dat ze het zelf door hebben. Laat staan dat ze zich door 'ISO' laten afschrikken. Een vrolijk makend voorbeeld is Theater Zuidplein dat vrijwel alle principes van kwaliteitsmanagement toepast. Zonder ze bestudeerd te hebben. 'Onbewust bekwaam' noemen we dat.

In tegenstelling tot concurrenten zijn de bezoekersaantallen afgelopen periode sterk gegroeid. Bij Theater Zuidplein hoor je ze dus geen 'het ligt aan de crisis' roepen om matige prestaties te vergoelijken. Je zou ze Rotterdams kunnen noemen. Directeur Doro Siepel heeft juist gekeken waar de kansen lagen (in ISO-taal valt dit binnen het principe van 'Leiderschap').

Vier jaar geleden heeft ze met haar mensen een missie geformuleerd. Theater Zuidplein is sindsdien een 'volkstheater'. Doelgroep: met name Rotterdammers - van 'Zuid' - met een MBO-opleidingsniveau. Het blijkt dat 70% van de Rotterdammers tot deze groep behoort. Strategisch gezien ook fijn is dat concurrerende zalen zich wat minder bekommeren om deze doelgroep (in ISO-taal: principe van 'Klantgerichtheid').

Vervolgens is men gaan nadenken op welke wijze deze groep het beste kon worden bediend. Onderdeel van de gewijzigde aanpak werd gevormd door een ander personeelsbeleid, want er moest een ander soort programmering komen. Ook de marketing moest op een andere wijze worden uitgevoerd (in ISO-taal: principe van 'Systeembenadering van management').

Het centrale woord hierbij is 'identificatie'. De bezoekers moeten zich kunnen herkennen in hetgeen er op het toneel wordt gebracht. Dat wil niet zeggen dat er alleen maar makkelijk entertainment wordt uitgevoerd. Maar wel weer op een manier die de doelgroep aanspreekt. Om een breed en afwisselend programma te kunnen bieden wordt samengewerkt met verschillende partners. Gezelschappen met diverse achtergronden krijgen de ruimte om hun kunsten te vertonen (in ISO-taal: principe van 'win-win relaties met leveranciers').

Het is niet ingewikkeld om alle principes van ISO 9001 te koppelen aan dit verhaal. Wie verder zoekt zal waarschijnlijk ook alle normeisen wel terug kunnen vinden bij Theater Zuidplein. Toch weer het bewijs dat ISO 9001 vooral bestaat uit maatregelen die iedere goede organisatie zelf ook kan bedenken. Directeur Doro Siepel is het levende bewijs. En daar komt geen certificaat aan te pas. Hoeft ook niet.

Het succes van Theater Zuidplein (20% meer bezoekers in 3 jaar tijd) bewijst dat het loont om de behoeften van de klanten centraal te stellen in de bedrijfsvoering. Commercieel best aantrekkelijk. Maar ook heel ISO.

En daar worden wij bij ISOLEASE gewoon heel blij van.